Inloggen

. . . Tuin-huisje . . . Zooeasy . . . Quiko . . . Giantel . . . Bird shop . . . EdiaLux . . . J & J . . . Quiko . . . Easyyem . . . Heesakkers . . . Bird Suppply . . . Vogelvreugd . . . Elector . . . Houten kweekkooien . . . Vaesen . . . Comed . . . Kweekkooi.be . . . kaf o matic . . . Han Lucas . . .

Alles over de vogelzaden.

image004

Zaadetende vogels.  

De meeste door vogelliefhebbers gehouden vogels behoren tot de vinkachtigen. Vogels die eerst de zaden pellen alvorens deze in de KROPMAAG verdwijnen. De zaden komen via de KLIERMAAG in de SPIERMAAG. In de spiermaag worden de zaden met behulp van grit-maagkiezel fijngewreven, waarna zij verder naar de darmen worden vervoerd. Door werking van enzymen (werken als fermenten in verteringssappen) worden de ‘plantaardige eiwitten’ afgebroken tot ‘aminozuren’. Aminozuren zijn namelijk de ‘bouwstenen’ waarmee een eiwit wordt opgebouwd. De zaden die aan vogels worden gevoerd zijn hoofdzakelijk opgebouwd uit koolhydraten, zoals zetmeel en suikers, vetten en eiwitten. Het benuttigings effect van de uit de voeding opgebouwde groeistoffen kan alleen optimaal zijn, mits de vogel beschikt over gezonde uitgerijpte zaden. Zaden met het juiste vochtgehalte, goed geschoond en zorgvuldig opgeslagen. Het is uitermate belangrijk dat zaadmengsels die soorten zaden bevatten die aangepast zijn aan de behoefte van de vogel. De snavelstructuur en het spijsverteringskanaal is bepalend voor de voedingskeuze. Vogels kunnen een voorkeur hebben voor sommige zaden. De KORRELGROOTTE, VORM, de HARDHEID van de zaadhuid, SUIKER en VETGEHALTE spelen hierbij een grote rol.

Vogels kunnen door het vertrekken van bepaalde voeding een aangeleerde voorkeur hebben, die zeker niet altijd de juiste keuze is. Dan kan het in het belang van de vogel, noodzakelijk zijn min of meer dwangmatig dewitte molen voedselopname te doen veranderen. Onwetendheid kan de oorzaak zijn dat sommige zaden slecht of niet worden opgenomen. De te gebruiken zaadsoorten voor Australische prachtvinken zijn beslist niet dezelfde als het mengsel voor kleine Afrikaanse vogels. Krombekken, parkietachtigen krijgen een totaal andere zaadsamenstelling dan kanaries. Witte Molen is zich daarvan terdege bewust en heeft voor elke vogelsoort de juist uitgekiende zaadmengsels. Uiteraard kan de samenstelling van gemengde zaden onder invloed het gebruik van goedkope en/of duurdere zaden prijsbepalend zijn. Een niet te verwaarlozen factor is het al of niet gebruik van sterk oliehoudende zaden. Het moet echter de ware vogelliefhebber wat waard zijn om de zekerheid te hebben dat hij het beste geeft,

want:

image003

 

Vogelliefhebbers stellen zeer hoge eisen. De zaden die wij aan onze vogels geven moeten van een sublieme kwaliteit zijn. Kwaliteit wordt niet alleen verkregen door mooi uitgerijpt zaad. Bij een slechte opslag en onvolledige schoning kan het beste zaad of graan heel snel achteruit gaan en verliest dan aanmerkelijk aan voedingswaarde. Om de kwaliteit van hoogwaardig zaad te waarborgen is het een eerste vereiste, dat de ‘ademhaling’ van het zaad, zaad is immers leven in rusttoestand, onder de meest gunstige omstandigheden plaats kan vinden. Dit houdt in: de juiste vochtigheidsgraad van de opslagruimte, de temperatuur en de ventilatie. Hoe 1561 WITTE MOLENhoger het vochtgehalte van het zaad en hoe hoger de omgevingstemperatuur des te krachtiger is de ademhaling. Door het zaad koel en droog te houden is de ademhaling te regelen, te remmen, daardoor de bewaarbaarheid te verbeteren. De levensduur d.w.z. de kiemkracht van verschillende zaden is niet altijd gelijk. Er wordt onderscheid gemaakt tussen zaden met een zeer korte levensduur (microbiotisch) met een gemiddelde levensduur (mesobiotisch) en zaden met een lange levensduur (macrobiotisch). Medebepalend voor de houdbaarheid is het land van herkomst en het ras waartoe het zaad of de graansoort behoort. Tijdens de groei en bloei van het gewas is het ‘weer’ de meest belangrijke factor om de zaadzetting tot volle wasdom te brengen. Vooral tijdens het rijpingsproces, dat aan het zaad de gewenste smaak, kleur en geur geeft zijn de weersomstandigheden bepalend. Langdurige regen of nachtvorst kan veel verknoeien. In grote lijnen gezien maakt men verschil tussen eiwitrijke gewassen b.v. peulvruchten. Koolhydraatrijke (zetmeel, suiker en cellulose) zaden, b.v. millet, kanariezaad e.d. Vetrijke zaden zoals raapzaad, lijnzaad en zonnepitten. Globaal gezien is de analyse van granen en zaden gebaseerd op het percentage vocht, ruw eiwit, ruw vet, zetmeel en suikers en ruwe celstof. Het ruw eiwitgehalte van paddy is 7,7%, dit is relatief laag te noemen als we het vergelijken met het ruw eiwitgehalte van raapzaad, dat gemiddeld 20% bedraagt .Voor meer informatie klik door voor de nog meer uitgebreide Website van  Witte Molen.

 

********************************************************************************************

image004

Negerzaad                                         ANegerzaadlhoewel de juiste benaming nigerzaad -guizotia oleifera- is, wordt deze aanduiding nooit gebruikt. Negerzaad wordt hoofdzakelijk verbouwd in India en Ethiopië. De plant doet wat onkruidachtig aan. De bloeiwijze en zaadvorming lijkt op dat van de distel. Negerzaad is bijzonder vetrijk, het geperste zaad geeft een hoogwaardige neutrale olie.

 Negerzaad wordt door de meeste vogels gaarne opgenomen. Het staat bij de vogelliefhebber dan ook hoog aangeschreven. In goede mengsels mag negerzaad zeker niet ontbreken.

 

Gemiddelde waarde: Negerzaad

Vocht                                       6,6%              

Ruw eiwit                                20,7%            

Ruw vet                                  42,2%            

Zetmeel suikers                      13,1% 

Ruwe celstof                          13,5% 

Negerzaad heeft een gunstig aminozurenpatroon en bevat als één van de weinige vogelzaden calcium, fosfor en mangaan.



 

 

 

 

 

 

 

 

 

Hennep.Hennep -cannabis sativa- is een eenjarige kruisachtige plant, familie van de hop (de smaakmaker van bier). Het is een snel groeiende plant die soms wel 3 tot 4 meter hoog wordt. De hennepplant is tweehuizig d.w.z. er zijn mannelijke -de gellingen of gaarlingen- en de vrouwelijke planten -zaailingen- worden genoemd.

 Hennepzaad als vogelvoedsel staat goed aangeschreven. Het is niet alleen vetrijk zaad, het bevat tevens hoogwaardig eiwit. Algemeen wordt aangenomen dat het bij de vogels de paringsdrift opwekt. Voor onze vogels moet het geven van hennep, overigens een bijzonder goed voedsel, niet overdreven worden. In de broedperiode leidt een grote hennepgift tot een voortijdige leg. Zo kan het gebeuren dat poppen met nestjongen van 14 dagen aan de leg gaan en het voeren van hun jongen staken. Overigens wordt gekneusde hennep gaarne aan jongen gevoerd. De door ons gebruikte hennep is afkomstig uit China, Rusland, Chili (grote hennep z.g. vishennep) en Libanon (kleine hennep).

Gemiddelde waarde: Hennepzaad

Vocht                                      8,7%              

Ruw eiwit                                19,5%            

Ruw vet                                   32,1%            

Zetmeel suikers                       18,0% 

Ruwe celstof                           16,9% 

Hennep wordt gerekend tot de vetrijke gewassen. In het aminozurenpatroon ontbreekt cystine en tyrosine. In het eiwit is leucine 7,7% en valine 6,3% het hoogst aanwezig.

 Boekweit

BoekweitBoekweit -fagopyrum sagittatum- van oorsprong afkomstig uit Azië is een zetmeelrijk gewas. Vroeger werd het ook in ons land vrij veel verbouwd.

Boekweit is een honingrijk gewas. Tijdens de bloei, bloeiende boekweit verspreidt een aangename geur, wordt het gewas druk door bijen bezocht.

Boekweitzaad is min of meer driekantig van vorm, grijsachtig bruin gekleurd.

Boekweit wordt gaarne opgenomen door kromsnavels.











 

 

 

 

Witzaad .

Witzaad

Witzaad -phalaris canariensis- wordt in hoofdzaak verbouwd in de U.S.A., Argentinië, Canada, Zuid-Europa, Spanje, Hongarije en Marokko. In Nederland wordt het soms op kleine schaal ingezaaid. Afhankelijk van het land van herkomst is het witzaad, grof of fijnkorrelig, dof of glanzend, fijn of grofvezelige zaadhuid. Witzaad is in wezen een kleinzadige graansoort, waarvan de zaadkern niet wit, zoals de naam zou vermoeden, maar bruin is. Aan de bloeiwijze, de aar, is duidelijk te zien, dat het tot de ‘grassen’ behoort. Vooral in de zuidelijke landen komt het witzaad nog wel eens als lastig onkruid voor. Witzaad is heel goed in de eigen tuin te verbouwen, de opbrengst valt meestal tegen. De mussen zijn er als de kippen bij om de bijna rijpe korrel uit de aren te pikken.

 Witzaad behoort tot de koolhydraatrijke gewassen, hetgeen blijkt uit het hoge zetmeelgehalte.

Gemiddelde waarde:

Vocht                          12,8%

Ruw eiwit                    15,1%

Ruw vet                       6,1%

Zetmeel suikers            56,0%

Ruwe celstof                5,3%



Paddy.

  Paddy                                                                                                                                                                                       Paddy -oryza sativa-, ongepelde rijst, is het graan dat voor meer dan de helft van de wereldbevolking de voornaamste voedselbron is. Paddy wordt voorla in Azië en Amerika verbouwd.Paddy is een uitstekend voer voor parkietachtigen en duiven. Bijna onontbeerlijk voor rijstvogels. Paddy wordt eveneens graag opgenomen door nonachtigen.

De tabel geeft duidelijk te zien dat boekweit en paddy vetarm zijn. Het aminozurenpatroon in het eiwit van boekweit heeft een lysinegehalte van 5,4% en aan arginine 9,4%. Paddy heeft een lysine-gehalte van 4,7% en aan arginine 7,9% in het eiwit. 

Gemiddelde waarde:Boekweit         Paddy

Vocht                          15,1%             11,6% 

Ruw eiwit                    11,5%             7,1%

Ruw vet                       2,4%               2,1%

Zetmeel suikers            57,8%             64,1%

Ruwe celstof                10,8%             10,0%

Tarwe .

Tarwe

Tarwe -triticum- en gerst -hordeum- zijn zeer oude cultuurgewassen en hebben een hoog zetmeelgehalte, bijna 70%. Er is geen enkel ander graan dat zo geschikt is voor het bakken van brood als tarwe.

 









 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Millet .

Millet rood witDe vogelliefhebber maakt duidelijk onderscheid tussen gierst en millet. We denken daarbij aan b.v. Senegalgierst, trosgierst, wit millet en rood millet.

Wetenschappelijk gezien is er geen verschil, alle soorten behoren tot de familie Gramineae (korrelgewassen).De groeiwijze van gierst verschilt in zaadzetting, pluimvorming en trosvormige aren. De korrelvorm is rond, de kleur kan variëren van wit, strogeel, oranje, rood, bruin tot zwart. Zo heeft rood millet ten onrechte de naam ‘hard’ van korrel te zijn en niet door de vogels te worden opgenomen. Klinklare onzin! Inderdaad bestaan er verschillen in hardheid. Dat geldt voor elke milletsoort. Er is zachte en harde millet, de kleur heeft daar weinig mee te maken. Zo is French white millet afkomstig uit Australië boterzacht, de witte milletsoort uit Noord-Amerika is harder.

Harde milletsoorten zijn geschikt voor kromsnavels. Voor tropen en vooral kleine tropen zoken we het in kleine en zachte milletsoorten.Panicum is de familienaam die meestal wordt gebruikt voor kleinkorrelige gierst, zoals Senegalgierst – mannazaad.Panicum milaceum is de soort die wij onder millet verstaan b.v. plata millet.Pennisetum spicatum is paarlgierst ookwel bekend onder de naam negergierst. Het is heel fijnkorrelig en wordt in de tropen verbouwd voor veevoeding, het zogenaamde olifantengras. Bij  het samenstellen van mengsels voor grasparkieten, grote parkieten en tropische vogels wordt terdege rekening gehouden weke gierst milletsoorten het meest geschikt zijn. Een uitzonderlijke groep vormen de Australische prachtvinken. Voor deze groep is het percentage witzaad, Japans millet en mannazaad in het mengsel aanmerkelijk hoger dan voor de andere groepen vogels.

 Gemiddelde waarde: Gierst millet

Vocht                                  12,7%                                    

Ruw eiwit                             11,1%            

Ruw vet                               3,7%              

Zetmeel suikers                     59,8% 

Ruwe celstof                         8,9%

 Gierst millet heeft een laag vetgehalte en een hoog zetmeelgehalte. Het aminozurenpatroon in het eiwit is vooral rijk aan leucine 11,5%.                                                          Mais .

MaisMaïs -zea mays- een gewas dat vooral in warme landen goed gedijt. Maïs is er in verschillende kleuren en korrelgrootte. Witte maïs, vrij groot, komt uit Afrika, grote grove maïs zogenaamde paardentand uit Noord-Amerika. La Plata maïs, oranjerood van kleur en kleinkorrelig rode maïs -cinquantino- (vijfkantige maïs) uit Argentinië. Gele ronde maïs uit Frankrijk. Tarwe, gerst, maïs en/of gebroken maïs zijn een onderdeel in mengsels voor tortelduiven, kleine duiven, fazanten, kwartels en papegaaien. In het mengsel voor grote parkieten is een zeker percentage aanwezig. Onrijpe maïs in de kolf wordt door veel vogels graag gegeten. Wel echter oppassen want maïs bevat in min of meerdere mate een kleurstimulator namelijk ‘zeaxanthine’. Tijdens de ruiperiode gevoerd aan geelfactorige en witfactorige vogels geeft dat een intensivering van de kleur. Bij geelfactorigen kan zich dat in een warme naar oranjegele zwemende tint uiten. Bij witfactorige kanaries, zilvertinten kan zeaxanthine zodanig invloed uitoefenen dat de vogel als het ware overgoten is met een olijfgele kleur.Aan de waardetabel is duidelijk te zien dat tarwe, gerst en maïs vetarm zijn, echter zeer rijk aan zetmeel. Het aminozurenpatroon van tarwe en gerst heeft onderling gen grote verschillen. Maïs heeft een hoog gehalte aan leucine.

 Gemiddelde waarde:Tarwe              Gerst              Maïs

Vocht                          14,2%             12,7%             13,1% 

Ruw eiwit                    11,5%             10,9%             9,1%

Ruw vet                       1,7%               2,0%               4,2%

Zetmeel suikers            68,8%             66,5%             69,8%

Ruwe celstof                2,1%               5,1%               2,4%                                       

Lijnzaad

Lijnzaad

Lijnzaad is het zaad van de vlasplant. Door onze zuiderburen wordt het terecht vlaszaad genoemd. Vlas is economisch van grote betekenis. Enerzijds om de vezel, anderzijds om de olie die uit het zaad wordt geperst. Er wordt onderscheid gemaakt tussen olierassen en vezelrassen. Beide soorten behoren tot de familie Linum usitatissium of Linacae. Het zijn geel-, blauw- of roodbloeiende planten.

Lijnzaad wordt vooral door kanarie goed opgenomen. Het heeft een gunstige werking op de bevedering. Tijdens de ruiperiode is lijnzaad onontbeerlijk, lijnzaad mag dan ook in een goed zaadmengsel niet ontbreken.

Het vetrijke lijnzaad zal afhankelijk van het seizoen procentueel in een mengsel worden aangepast.

 

Gemiddelde waarde: Lijnzaad

Vocht                                      9,4%              

Ruw eiwit                                21,5%            

Ruw vet                                   34,2%            

Zetmeel suikers                        22,3% 

Ruwe celstof                            7,3%

Het aminozurenpatroon is zeer gunstig, waarvan arginine 9,1% in het eiwit het hoogste percentage is.


 

Koolzaad.

koolzaadkoolzaad-Brassica rapa oleifera en koolzaad-Brassica napus oleifera, twee zaadsoorten die voor velen moeilijk uit elkaar te houden zijn. Het verschil is in hoofdzaak de grootte en de kleur van de korrel. Koolzaad is wat grof, donker tegen zwart aan van kleur. Raapzaad is kleiner van korrel, donkerbruin tot roodbruin van kleur. Het Canadese raapzaad is aanmerkelijk lichter van kleur dan het raapzaad uit Scandinavië hetwelk aan de donkere kant is. Raapzaad heeft een wat zoetige walnootachtige smaak, koolzaad is wat ‘scherp’ en soms ietsje bitter van nasmaak. Van beide soorten is de zaadkern geel, hetgeen wordt veroorzaakt door het vrij hoge luteïnegehalte. Raapzaad en koolzaad zijn rijk aan vet, vandaar de van oudsher toegekende waarde als vogelvoeder, speciaal voor kanaries. De uit kool- en raapzaad gewonnen olie wordt raap- of boterolie genoemd. Een enkele keer wordt raapzaad, het zogenaamde zomerraapzaad ‘boterzaad’ genoemd. In verband met de walnootachtige zoetige smaak wordt raapzaad ook wel met nootzoetraapzaad aangeduid. Het gehalte aan calcium, fosfor en het aminozurenpatroon laat eveneens geen verschillen zien. Voedertechnisch zou het niet uitmaken of men raapzaad of koolzaad aan z’n vogels geeft. En toch bij veel kanarieliefhebbers heeft koolzaad een wanklank. Vogels zouden door het voederen van koolzaad uit conditie raken en darmstoornissen krijgen. Inderdaad kan dit gebeuren bij plotselinge overschakeling van raap- naar koolzaad. Een goede mengeling voor kanaries bevat ca. 40% raapzaad nr. 1. Raapzaad wordt geclassificeerd van nr. 1 t/m nr. 3. kwaliteitsverschil wat uiteraard in de prijs tot uitdrukking komt.                                                 

Gerst .

GerstGerst is het voornaamste graan voor de productie van veevoer en bier. In tegenstelling tot tarwe, waarvan het kaf wordt uitgedorst, heeft gerst een stugge bast. Alleen de lange kafnaald wordt tijdens het dorsen gekort. Middels pellen kan gerst van de bast worden ontdaan. Gepelde gerst wordt gort genoemd.










 

 Dari Wit en  Rood

Dari wit rood

Dari -andropogon sorghum- staat te boek onder velerlei namen, milocorn, sorghum, kafferkorn, een graansoort die behoort tot  de gierstsoorten.Dari heeft de grootte van een hennepkorrel, de kleur kan wit, geel of roodbruin zijn. Over de afstamming van dit gewas zijn de meningen verdeeld. In het verleden werd aangenomen dat dari afstamt van het wilde Soendrangras of het in het oostelijke gedeelte van het Middellandse zeegebied voorkomende Johnsongras. 

Opvallend is, dat men meer waarde aan witte dan aan rode dari toekent. In de vogelvoedersector wordt dari gebruikt in mengsels voor duifjes, kwartels en fazanten.

Door agaporniden wordt rode dari graag opgenomen. Het is zeker niet verkeerd om 10% in het zaadmengsel voor agaporniden toe te voegen. Onbekend van deze grote gierstsoort is waarschijnlijk de oorzaak dat vogelliefhebbers te weinig gebruik maken van deze grote gierst.

 

Gemiddelde waarde: Dari

Vocht                                      13,1%                                    

Ruw eiwit                                10,2%            

Ruw vet                                   3,2%              

Zetmeel suikers                        69,6% 

Ruwe celstof                            2,0% 

Dari kan met zijn zetmeelgehalte wedijveren met maïs, tarwe en gerst. Het heft een gunstig aminozurenpatroon. Het eiwit in dari heeft een leucinegehalte van 13,2%, hetgeen zeer hoog te noemen is.

Blauwe maanzaad.

Blauwe maanzaad

De papaver-somniferum die ons het blauwmaanzaad levert is het meest vetrijke zaad dat wij onze vogels kunnen geven. Het vetgehalte bedraagt soms 50%. Behalve blauwmaanzaad is er ook wit-, geel-, grijs-, zwart- en roodmaanzaad.

 Door de vogelliefhebber wordt aan blauwmaanzaad rustgevende eigenschappen toegekend. Inderdaad kan door het verstrekken van blauwmaanzaad het gezang van de mankanaries worden getemperd. Onrustige vogels worden er kalm van. Tijdens het opkooien van de tentoonstellingsvogels is het niet verkeerd om hen gedurende enkele weken per dag een half theelepeltje blauwmaanzaad te geven. Voorzichtigheid is echter geboden.

Gemiddelde waarde: Blauwmaanzaad

Vocht                                      7,2%                                      

Ruw eiwit                                20,5%            

Ruw vet                                   44,3%            

Zetmeel suikers                        15,6% 

Ruwe celstof                            5,5%


 

Raapzaad .

Raapzaad-Brassica rapa oleifera en koolzaad-Brassica napus oleifera, twee zaadsoorten die voor velen moeilijk uit elkaar t    e                                                hraapzaadouden zijn. Het verschil is in hoofdzaak de grootte en de kleur van de korrel. Koolzaad is wat grof, donker tegen zwart aan van kleur. Raapzaad is kleiner van korrel, donkerbruin tot roodbruin van kleur. Het Canadese raapzaad is aanmerkelijk lichter van kleur dan het raapzaad uit Scandinavië hetwelk aan de donkere kant is. Raapzaad heeft een wat zoetige walnootachtige smaak, koolzaad is wat ‘scherp’ en soms ietsje bitter van nasmaak. Van beide soorten is de zaadkern geel, hetgeen wordt veroorzaakt door het vrij hoge luteïnegehalte. Raapzaad en koolzaad zijn rijk aan vet, vandaar de van oudsher toegekende waarde als vogelvoeder, speciaal voor kanaries. De uit kool- en raapzaad gewonnen olie wordt raap- of boterolie genoemd. Een enkele keer wordt raapzaad, het zogenaamde zomerraapzaad ‘boterzaad’ genoemd. In verband met de walnootachtige zoetige smaak wordt raapzaad ook wel met nootzoetraapzaad aangeduid. Het gehalte aan calcium, fosfor en het aminozurenpatroon laat eveneens geen verschillen zien. Voedertechnisch zou het niet uitmaken of men raapzaad of koolzaad aan z’n vogels geeft. En toch bij veel kanarieliefhebbers heeft koolzaad een wanklank. Vogels zouden door het voederen van koolzaad uit conditie raken en darmstoornissen krijgen. Inderdaad kan dit gebeuren bij plotselinge overschakeling van raap- naar koolzaad. Een goede mengeling voor kanaries bevat ca. 40% raapzaad nr. 1. Raapzaad wordt geclassificeerd van nr. 1 t/m nr. 3. kwaliteitsverschil wat uiteraard in de prijs tot uitdrukking komt.

 Gemiddelde waarde: Raapzaad       Koolzaad.

Vocht                                      7,5%               7,5%

Ruw eiwit                                20,0%              20,0%

Ruw vet                                   42,6%             42,6%

Zetmeel en suikers                   17,8%             17,8% 

Ruwe celstof                            7,6%               7,6%


Safloorpitjes.

safloorpitjes

Saffloorpitjes, een andere naam is kardizaad, is niet de vrucht van een zonnebloemachtige plant. Saffloor behoort tot de distelachtigen, de wetenschappelijke naam is ‘Carthemus tinctorius’. De bloem van deze plant is geel tot rood van kleur. Dat het saffloor wordt gerekend tot de distelachtigen is vrij goed te zien. Het pitje is min of meer driekantig, veelal bevindt zich een wollig pluimpje aan het zaad hetgeen moeilijk te verwijderen is. In een goed mengsel voor grote parkieten en duivenvoer mag saffloor niet ontbreken. 

De waardecijfers laat overduidelijk zien, dat zonnebloempitten en saffloorpitjes behoren tot de vetrijke gewassen. Het aminozurenpatroon is vooral gunstig door het vrij hoge argininegehalte. Saffloor 10,1% en zonnebloempitten 8,1% in het eiwit.


 

Gemiddelde waarde: Zonnepitten    Saffloorpitjes

Vocht                             7,8%                  7,2%           

Ruw eiwit                      14,9%                14,3%         

Ruw vet                        29,8%                27,8%

Zetmeel suikers            17,5%                16,5%

Ruwe celstof      26,9%                31,2%


Zonnepitten .

zonnebloemzonepitten - helianthus -Zijn er in verschillende kleuren Witte ,grijs gestreept,zwart gestreept en zwarte .De mooiste witte pitten komen uit Kenia .Witte pitten worden ook geleverd door Egypte .De gestreepte uit oa : Argentinië Canada en Hongarije en China. Vooral de Hongaarse is erg mooi vol .Ui de U.S.A .worden zwarte zonnepitten geïmporteerd. Zonnepitten zijn een onderdeel in het mengsel voor grote parkieten en papegaaien .Zonnepitten ,op zich een zeer goed voedsel ,het mag echter nooit het hoofd voedsel worden,Vooral papegaaien overeten zich nog al eens ,dus oppassen .Een teveel aan zonnepitten geeft gebrekverschijnselen en kan veren plukken in de hand werken .Papegaaienvoer moet dan ook veelzijdig van samenstelling zijn en naast zonnepitten ,eveneens maïs ,tarwe haver ,cedernoten enz bevatten.

Voor meer informatie over vogelzaden klik even door naar de Website van  Witte molen.







 

. . . Tuin-huisje . . . Zooeasy . . . Quiko . . . Giantel . . . Bird shop . . . EdiaLux . . . J & J . . . Quiko . . . Easyyem . . . Heesakkers . . . Bird Suppply . . . Vogelvreugd . . . Elector . . . Houten kweekkooien . . . Vaesen . . . Comed . . . Kweekkooi.be . . . kaf o matic . . . Han Lucas . . .