Inloggen

. . . Tuin-huisje . . . Zooeasy . . . Quiko . . . Giantel . . . Bird shop . . . EdiaLux . . . J & J . . . Quiko . . . Easyyem . . . Heesakkers . . . Bird Suppply . . . Vogelvreugd . . . Elector . . . Houten kweekkooien . . . Vaesen . . . Comed . . . Kweekkooi.be . . . kaf o matic . . . Han Lucas . . .

Begrippen in erfelijkheid.

bookwormwht

Begrippen in erfelijkheid.                        Wout van Gils. 

Inleiding.

Als men bij ons liefhebbers het woord erfelijkheid aanhaalt of een artikel ziet in een maandblad dan zijn we gauw geneigd dit over te slaan en of niet te ver op in te gaan.Zodra men over formules en de daarbij horende symbolen gesproken wordt dan is dit voor velen een moeilijk te begrijpen zaak, ik zelf heb er ook problemen mee, maar toch als je er aan begint in een bepaalde kleur dan blijkt dit toch redelijk mee te vallen.
Als je dit bij de soorten vogels houdt die je kweekt, dit met de symbolen er bij dan kom je er meestal wel uit. En dan blijkt dat het toch te leren valt al moet ik bekennen je moet je daar regelmatig in verdiepen en uiteraard ook interesse voor willen tonen.Het kan dikwijls lang duren voordat deze interesse, die daarbij nodig is opgebracht kan worden. Willen wij het kweken van kanaries tot een zinvolle vrije tijd besteding ontwikkelen en houden, dan zullen we eerst een zekere hoeveelheid kennis hiervan moeten op doen. Kennis aangaande de erfelijke gedragingen van de vele kleuren en variaties, zoals die zich kunnen doen bij de kleurkanaries, ook de diverse uitdrukkingen die door de kwekers onderling worden gebruikt zullen we ZEER zeker moeten kennen. Het is hier over dat ik op een eenvoudige wijze duidelijk maak wat er wordt bedoeld met deze begrippen BV homozygoot, dominant,recessiviteit en nog andere begrippen. Het zijn deze begrippen die elke liefhebber toch zeker onder de knie moet zien te krijgen, en daardoor komt misschien de interesse voor iets verder te werken in de formules ook naar voren toe.
Wat is erfelijkheid.

Erfelijkheid is het overdragen van kenmerken van de ouders op hun nakomelingen, dit kunnen bij alle ouders aanwezige eigenschappen zijn de zichtbare en onzichtbare. ouders en hun kinderen zullen meestal op elkaar lijken, broers en zusters tonen dikwijls dezelfde kenmerken. wij praten hier over als stam gelijkheden. Vooral bij de liefhebbers die zich specialiseren in een bepaalde kleur kunnen we gelijke specifieke eigenschappen aantreffen. Let maar eens op de bouw, grote, gedrag van deze vogels onderling, hebben deze een sterke overeenkomst, ik denk dat de meeste onder ons deze wel kennen of zeker is opgevallen. Zelden echter zal de uniformiteit van dien aard zijn dat er geen kleine verschillen zijn op te merken. Als we een aantal vogels bij elkaar zetten zullen we bij een oppervlakkige beschouwing niet veel afwijkingen vast stellen in de kleur. Gaan we da vogels nauwkeuriger bekijken dan zien we al gauw een afwijking in kleur gradaties, de ene vogel wat lichter als de andere de ander wat dieper en zo voort. Met andere woorden we treffen een verschillende variatie van kleuren aan. Ook tussenliggende kleuren (intermediaire kleur) worden waargenomen. Men kan stellen dat elke kleur onderhevig is aan kwantitatieve en kwalitatieve verschillen. De kleurkenmerken vererven volgens vaste regels. De uiting van die kleur is niet altijd hetzelfde.
De factor.

Door samensmelting van de mannelijke zaadcel en de vrouwelijke eicel wordt de basis gelegd voor het nieuw te vormen leven. Hierbij worden de oudereigenschappen meegegeven. Dit noemen we de erfelijkheidsfactoren. Met andere woorden GENEN genoemd. De nieuwe cel is ontstaan (zygoot) bevat alle stoffen die nodig zijn voor de ontwikkeling van de verschijningsvorm (phaenotype). Voor elke eigenschap in de kiemcel is een factor (gen) aanwezig. Wij als kweker bepalen ons hoofdzakelijk tot de factor (gen) die de kleur of tekening bepalen.
Celdeling.

Een cel bestaat uit een bolletje, van een geleiachtige substantie omgeven door een vliesje. In de cel bevindt zich de celkern. De celkern bevat kleine draadvormige lichaampjes, de zogenaamde kernlussen, chromosomen genaamd. De chromosomen beschouwen we als de dragers van de erfelijkheids factoren. Deze zijn steeds in paren voorhanden dit is dus ook het geval met de factoren. Gaat de cel zich delen, hetgeen gebeurt door in snoering, dan groeit er een wand midden in de cel. In elke celhelft bevindt zich dan een chromosoom en de daarin zetelende factoren. Om nu een volledige celinhoud te krijgen, splitst het chromosoom zich in twee, de nu volgroeide cel beschikt dan weer over de volledige chromosoom paren. Alles kan zich nu opnieuw gaan herhalen.
Geslachtscellen.

U kunt zich indenken, als bij de bevruchting de zaadcel en de eicel samen komen en dus de kiemcel vormen, dat de kiemcel dubbele chromosoom paren zou kunnen bevatten. Maar dit is nu niet het geval. De geslacht of voortplantingscellen (gameten) zijn cellen met een halve inhoud, de nakomelingen krijgen immers de helft van beide ouders. Tijdens de ontwikkelingsperiode van de voortplantingscellen vindt er een andere deling plaats. In een bepaalde fase ontvangt de gameet (voortplantingscel) slechts een chromosoom van het paar. Dus ook een factor voor elke eigenschap. Op deze wijze wordt het evenwicht hersteld. Zodra de kiemcel is gevormd, dus de bevruchting, dan pas is de cel weer volledig. De tot het lichaam behorende chromosomen heten autosoom-chromosoomen. Dit ter onderscheiding van het geslachtchromosoom, die worden aangeduid met de letters X en Y. In de X en Y chromosomen liggen de factoren die het geslacht bepalen.

De mannelijke vogels bezitten XX.
De vrouwelijke vogels bezitten XY.

De vogels en vlinders vormen hier eigenlijk een uitzondering op. Want bij alle zoogdieren en bij ons mensen is het precies andersom gesteld namelijk.

De mannelijke bezitten XY.
De vrouwelijke bezitten XX.

Voor ons kanarie kwekers is het X chromosoom bijzonder belangrijk, naast de geslachtbepalende factoren bevinden zich daar de meeste kleur factoren. De kleur zwart, bruin, agaat, isabel de pigmentfactoren op een uitzondering na, bevinden zich in het X chromosoom. Dit is niet het geval met het Y-chromosoom. Het Y-chromosoom noemt men wel het ledige chromosoom, maar dit is niet helemaal waar. Het Y-chromosoom heeft wel degelijk een functie, het fijne hiervan is echter niet helemaal bekend. De mannelijke vogel produceert dus een soort gameten, steeds met het X-chromosoom. De pop zowel met X en Y. Het toeval regelt of de kiemcel van de vader of moederzijde (X) ontvangt. Met andere woorden de X van de man en de Y van de pop. Normaal gezien worden er dus net zoveel mannen als poppen geboren.
Verervingswijze.

In de kleurkanarie kweek hebben we te maken met verschillende manieren van vererving. De kleurfactoren bezitten over het algemeen een dominante of een recessieve vererving wijze. In een mindere mate is er sprake van een intermediaire vererving. Het is belangrijk te weten op welke manier zich een factor gedraagt, de kweekuitkomsten van verschillende koppelingen plaatsen ons dan niet voor verassingen. Dan kunnen we ook weten waarom een zekere kleurslag juist in die kleur te voorschijn komt, en waarom een andere kleur juist niet zichtbaar wordt. De vererving kennis leert ons waarom juist een bruine pop een pop is. En waarom die vogel in de zwartreeks van het mannelijke geslacht is. Een prettige bijkomstigheid is dat we bij sommige kweek kombinaties reeds aan de kleur kunnen zien welke het geslacht van de jonge vogels is. Dominant wil zeggen overheersend, bijvoorbeeld u zou een zwartgele man aan een witte pop koppelen (let wel dit is een overdreven en verkeerd voorbeeld). Alles verloopt goed, de eieren zijn bevrucht en de jongen komen naar ongeveer 14 dagen gezond uit. Wat we direct zien is dat alle jongen donker zullen zijn, en er niet een witte vogel tussen zal zitten, ook al zouden we anders om koppelen de uitkomst zal het zelfde blijven. Hierdoor stellen we vast dat de zwart gele kleur dominant is over de witte kleur. De witte kleur is in dit geval recessief, hetgeen betekend terugtrend.
Recessief en / of Intermediare.

Het zou ook kunnen gebeuren, dat er in plaats van zwart gele alleen witte kanaries worden geboren. In dit geval is wit dominant over zwartgeel. Er kan echter ook een andere kleur verschijnen. Inplaats van wit of zwartgeel blijken er BV ook grijs te zijn. Dit verschijnsel van de mengkleur duiden we aan met intermediaire (middenhouden) een veel gehoorde uitdrukking is: "Wat er in zit, komt er ook uit". Hier zit een kern van waarheid in. De witte of zwart gele kleur is niet zomaar verdwenen, zij is namelijk verborgen ofwel latent aanwezig. Dit verschijnsel wordt meestal split genoemd. Split wijst immer op een recessieve eigenschap. Dit wordt meestal op de volgende manier aangegeven.

Zwartgeel/wit of wit/zwartgeel

De oudervogels, hetzij in zwartgeel hetzij in wit, zijn fokzuiver van kleur. Dit noemen we homozygoot. Homozygoot voor zwart of wit. Hun nateelt is niet fokzuiver. Doch heterozygoot, dit wil weer zeggen meervoudig verervend. De jongen vererven meer als de zichtbare kleur. Een minder geslaagde uitdrukking is fok onzuiver. Ter verduidelijking de benaming van de kleur vogels is bedoeld als voorbeeld, en om dit alles duidelijk naar de liefhebber over te brengen.
Modificatie (niet erfelijke eigenschappen).

Is het optreden van verworven eigenschappen. Deze zijn niet erfelijk. Bijvoorbeeld een kanarie die een teen of nagel of nog erger, een oog zou missen, zal dit gebrek nimmer vererven aan zijn nakomelingen. Modificaties kunnen veroorzaakt worden door bijvoorbeeld invloeden van buitenaf. Zo kan de kleur bruin van de kanarie flink opbleken door de invloed van het zonlicht (zie ook mijn artikel wel of geen zonlicht). De opgebleekte vogel blijft echter het erfelijk vermogen tot ontwikkeling van de volle bruine kleur behouden. Een voedings tekort tijdens de groeiperiode kan kleur (verwateringen) in de bevedering laten ontstaan, ook dit is weer een vorm van modificatie.
Mutatie.

Mutatie is een verandering van een factor waardoor een nieuw kenmerk ontstaat. De zeer vele kleurvariaties bij de kleurkanarie hebben hun verschijningsvorm te danken aan het muteren van een kleurfactor. Zo ver als men dit heeft kunnen nagaan behoort onze bruine kanarie tot de oudste kleurmutanten. Het is zeker al vele honderden jaren geleden dat deze mutatie zich heeft voorgedaan. Een eerste voorwaarde waaraan een mutatie moet voldoen is dat hij erfelijk is. Het kenmerk van de mutant moet volledig terug te vinden zijn in de nakomelingen. De meeste mutaties zijn recessief in hun verervingswijze. Slecht enkele hebben een dominant karakter. Vooral de laatste tien jaar zijn er nog al wat kleurveranderingen ontstaan. En denk maar weer eens aan de topaas, eumo, onyx. De laatste jaren gaat het weer erg snel. Als we ooit het geluk mogen hebben dat in onze broedkooi een mutatie optreed, is het zaak deze goed en snel vast te leggen. In de meeste gevallen is terug paren aan de ouders gewenst. Tevens, en dat zal ook wel duidelijk zijn, terug koppelen van broer en zus.
Geslachtsgebonden vererving.

De factoren die de kleurschijning aan de kanarie geven kunnen hun ligging hebben in het X chromosoom of in een auto-chromosoom. Alle kleurfactoren die betrekking hebben op de melamine liggen op het X-chromosoom. Dit heeft tot gevolg dat de man in het bezit kan zijn van verschillende factoren die betrekking hebben op de melaninestoffen. Of zoals we meestal zeggen op de pigmentkleur. Door bezit van slechts een X-chromosoom is dit bij de pop nooit het geval. Een gepigmenteerde pop kan dientengevolge alleen haar eigen kleur vererven. Een man kan dus behalve zijn zichtbare kleur nog één of meerdere pigmentkleuren vererven. De man kanarie heeft het vermogen de betrokken kleurfactor over te dragen aan zonen en dochters. De pop alleen aan haar zonen. Afhankelijk van de dominantie of recessiviteit zal dit de kleur van de nakweek bepalen.
Onafhankelijke vererving.

Ook wel vrije vererving bedoeld. Inplaats van onafhankelijke vererving gebruiken we de uitdrukking niet-geslachtgebonden vererving. De kleurfactoren die vrij vererven, liggen in een autosoom-chromosoom. Omdat de man of pop hierin geen verschil kennen, zullen de man en de pop deze factoren aan zonen en dochters worden afgegeven. de beide ouders brengen hier evenveel in. De paring van twee total verschillende kleuren zal in de nateelt in beide geslachten hun invloed uitoefenen. De witte, rode, gele kleur gedragen zich als onafhankelijk verervende factoren. Evenzo de opaal, ino en recessief wit factor. Dat wil weer niet zeggen dat er onderling geen dominante, resesiviteit of wel intermediaire betrekkingen bestaan. De geslachtsgebonden vererving gaat altijd samen met de werking van een vrij verervende factor. Te samen brengen zij het totaal kleurbeeld tot stand.
Besluit.

Ik hoop met deze uiteenzetting u weer eens een aanzet te hebben gegeven om toch eens wat meer te gaan doen met deze begrippen in de praktijk. We kunnen deze zaken niet missen in onze kweek, we moeten ze gebruiken, om te weten en te volgen wat er gaat en gebeurt is. Na het lezen van dit artikel moet bij de meeste onder ons het een en ander duidelijker zijn geworden, zonder over te gaan in formule vorm. Voor mij was het schrijven van dit artikel weer een nodige op frisser, ik hoop dat dit voor alle lezers van dit artikel het geval is. En voor de beginnende liefhebber een aanzet om er meer mee te gaan doen zelfs in formule vorm. Dan is ook dit artikel weer van veel nut geweest voor onze liefhebberij. Er zijn al veel artikels geschreven over dit onderwerp. Het geeft aan hoe belangrijk het voor ons kwekers is

. . . Tuin-huisje . . . Zooeasy . . . Quiko . . . Giantel . . . Bird shop . . . EdiaLux . . . J & J . . . Quiko . . . Easyyem . . . Heesakkers . . . Bird Suppply . . . Vogelvreugd . . . Elector . . . Houten kweekkooien . . . Vaesen . . . Comed . . . Kweekkooi.be . . . kaf o matic . . . Han Lucas . . .