Inloggen

. . . Tuin-huisje . . . Zooeasy . . . Quiko . . . Giantel . . . Bird shop . . . EdiaLux . . . J & J . . . Quiko . . . Easyyem . . . Heesakkers . . . Bird Suppply . . . Vogelvreugd . . . Elector . . . Houten kweekkooien . . . Vaesen . . . Comed . . . Kweekkooi.be . . . kaf o matic . . . Han Lucas . . .

De werking van de factoren.

Halfzijder


De werking van de factoren bij kleurkanaries.


Inleiding.

In alle vogelboeken over onze kleurkanaries komen we dit tegen de "NORMEN EN FACTOREN".Deze zijn voor het eerst gebruikt door de Heren Taylor en Wagner. Veel later is de ons aller bekende HR Veerkamp er mee verder gegaan. Over deze factoren wil ik nu eens iets schrijven in het kort en op mijn eigen manier om dit bij u kwekers weer eens onder de aandacht te brengen, en voor de beginnende liefhebber een aanzet om hier eens verder studie in te gaan maken. Het zal duidelijk zijn dat als u hier verder mee wilt gaan ik u adviseer in de boekhandel te gaan zien, er zijn hier goede boeken voor te krijgen en ik beveel u ze dan ook van harte aan.Ik wil in dit artikel de aanzet ervoor geven. 

ENKELE RICHTLIJNEN VOOR DE FACTOREN ZIJN o.a.:

    Onze niet gemuteerde factor (wildvorm) wordt aangeduid met het + (plus) teken.
    De dominant wildfactor geven we aan met een kleine letter.
    De recessieve factor geven we aan met een hoofdletter.
    Deze aangeduide dominantfactor of recessief factor, heeft wel alleen betrekking op het overeenkomstig     GEN op het ander chromosoom.
    Aanduiding van de geslachtschromosomen zijn..:

    x/x = voor de MAN.

    X/y = voor de POP.

    Het deel teken is om de zaadcel en de eicel uit elkaar te houden en tevens om de gekoppelde factoren  aan te geven.
    Bij een doorgetrokken deelteken zijn de factoren gekoppeld.
    Bij een onderbroken teken vererven de factoren vrij TOV elkaar. Als we nog weten welke letter bij een     bepaalde factor hoort, dan is de zaak OK, dit is gemakkelijk gezegd of niet soms?. Maar begrijpelijk is dat     velen onder ons het er toch nog moeilijk mee hebben Ook ikzelf heb het er nog al eens moeilijk mee, daarom     ook dit artikel zodat deze stof bij mij ook nog opgehaald gaat worden.

We kennen nu al enkele symbolen NL ..:

X = De man.

Y = De pop.

We zullen nu systematisch verder gaan..:
1. De Enzymefactor

De enzymfactor is een verzameling van actieve organische stoffen, die weer andere stoffen helpen omzetten of splitsen, zowel versnellen en of vertragen. Men kan de enzymen dus een schakel noemen tussen oorsprong verder leven en ontwikkeling.Voor ons is deze zichtbaar in de kleurfactoren die onze kleurkanaries bezitten.

De enzymfactor: vererft onafhankelijk en is intermediair.

De wildvorm geeft men aan als E+

De mutant geeft men aan als E

Dus als beide factoren aanwezig zijn in een vogel, zal dit zichtbar zijn als BONT de bontvorm.Zoals ik al eerder schreef gebruiken we hoofdletters als.

    De mutant E dominant vererft ten opzichte van de wildvorm E+
    De wildvorm E+ recessief vererft ten opzichte van de mutant E

2. De Inofactor.

Deze factor belet de werking van het enzym dat verantwoordelijk is voor de vorming van het EU-melanine, maar is daar tegenover geen beletting van de phaeomelanine. Door deze eumelanine beletting ontstaan de rode ogen bij deze vogels.

De inofactor vererft onafhankelijk, het symbool is eenvoudig INO.

Het symbool van de wildvorm is INO+

"DE INO FACTOR IS GEKOPPELD AAN DE EZYM FACTOR"

We gebruiken nu weer kleine letters omdat:

    De mutant INO recessief vererft ten opzichte van de wildvorm INO+
    De wildvorm INO+ dominant vererft ten opzichte van de INO.

3. De Zwartfactor.

Deze factor in samen werking met de enzymfactor vormt voor ons het zichtbaar het zwarteumelanine in de bestreping op het rugdek de flanken pennen en donsveertjes. De hoeveelheid zichtbare zwarte eu-melanine is afhankelijk van de oxydatie graat die heeft plaats gevonden bij de vorming hiervan.Het symbool is u wel bekend, en is Z+ deze vererfd geslachtsgebonden en is gekoppeld aan alle factoren die op het geslachtsgromosoom X liggen.

We gebruiken kleine letters omdat.:

    De wildvorm Z+ dominant vererft ten opzichte van de mutant Z (bruin)
    De mutant z dominant vererft ten opzichte van de wildvorm Z+

4. De Bruinfactor.

Door deze mutatie zal het eumelanine dat bij de wildvorm zwart is niet verder oxideren dan bruin tot donker bruin. Dit is natuurlijk afhankelijk van de sterkte van deze oxidatie graad.Het symbool is Z de wildvorm Z+ deze vererft ook weer geslachtsgebonden, en is dus ook weer gekoppeld aan alle andere factoren die op het geslachtschromosoom liggen.

We gebruiken de kleine letters omdat.:

    De mutant Z recessief vererft ten opzichte van de wildvorm Z+
    De wildvorm Z+ dominant vererft ten opzichte de mutant Z

5. De eerste reductiefactor (opbleekfactor)

De agaat eerste reductiefactor, noemt men ook wel de opbleekfactor, dit is een kwalitatieve reductie deze belet de vorming van PHAEO -melanine in de toppen van de baarden. Grotendeels tot volledig. Wij kennen deze als de zichtbare lichte vleugelpennen bij BV de agaat en isabel.

Het symbool is RB de wildvorm is RB+ de vererving is geslachtsgebonden.

We gebruiken kleine letters omdat.:

    De mutant RB recessief vererft ten opzichte van de wildvorm RB+
    De wildvorm RB+ dominant vererft ten opzichte van de mutant RB.

6. De tweede reductiefactor ( pastelfactor )

De tweede reductie factor reduceert het eumelanine. Het is een kwantitatieve reductie, het aantal eumelanine staafjes wordt veel minder is het aantal per bepaald oppervlak. Dit is bij de groenen en de agaat (pastel) goed waar te nemen door de meer verzonken bestreping..Dit in tegenstelling tot de isabelpastel, daar is geen bestreping meer zichtbaar. En zijn de eumelanine en de phaeomelanine gelijk van uitzicht geworden (bij goede pastellen).Het symbool is RZ de wildvorm RZ+ de vererving is geslachtsgebonden.

We gebruiken kleine letters omdat.:

    De mutant RZ recessief vererft ten op zichten van RZ+.
    De wildvorm RZ+ dominant vererft ten opzichte van de mutant RZ.

7. De Mozaïekfactor.

Deze factor is geen mutant maar is in gekweekt via de kapoetsensijs. Het is dus een geslachts demorfistische verschijnsel. Het is ook een gedeeltelijke carothotiene beletter met voor ons het kenmerkend mozaïekpatroon.

Men kent hier in:

DE POP - TYPE 1.

DE MAN - TYPE 2.

De mozaïek factor wordt belet, in samenwerking met de intensief factor, de dominant wit factor en de ressesief factor.

Het symbool is M de wildvorm M+ vererving geslachtsgebonden.

We gebruiken kleine letters omdat..:

    De mutant M recessief vererft ten opzichte van de wildvorm M+
    De wildvorm M+> dominant vererft ten opzichte van de mutant M

OPM.: het symbool M gebruiken ze in feite alleen maar om aan te geven dat de vogel niet in bezit is van de Mozaïekfactor.
8. De Ivoorfactor.

De aanwezigheid van de ivoorfactor doet de carotine kleur veranderen van uiting. De kleur bepaald bepalende baardjes bevatten caratione de haakjes zijn kleurloos als gevolg van de cortex van de baarden. Daardoor wordt een onderlichtinval verkregen, dit is voor ons weer zichtbaar als een lichtere kleur van de caratione.Dit is zegt men ongeveer 50%. Deze is alleen zichtbaar bij de gele, rode en witte vogels.

Het symbool is SC de wildvorm SC+ de vererving geslachtsgebonden.

We gebruiken kleine letters omdat..:

    De mutant SC recessief vererft ten opzichte van de wildvorm SC+.
    De wildvorm SC+ dominant vererft ten opzichte van SC.

9. De Satinet factor.

Deze factor belet de vorming en ontwikkeling van de pheaomelanine maar tast de bruin en eumelanine niet aan .Het zwarte eumelanine wordt wel aangetast, het gevolg daarvan is de rode ogen Het symbool is RM (reductie melanine) de wildvorm RM+ .De vererving is geslachtsgebonden.

We gebruiken kleine letters omdat..:

    De mutant RM recessief vererft t.o.v. de wildvorm. RM +
    De wildvorm RM+ dominant vererft t.o.v. de wildvorm rm.

10. De Geelfactor.

Deze factor vormt de werking van de enzymfactor het geelcarotione in de bevedering van de vogels. Het oorspronkelijke geel van de wildvorm is zeer licht geel.

Het symbool van de wildvorm is G+ .De geelfactor vererft onafhankelijk.

Hier gebruiken we de hoofdletters omdat ...:

    De mutant G dominant vererft t.o.v. de wildvorm G+
    De wildvorm G+ recessief vererft t.o.v. de mutant G.

Men onderscheid ook een enkele G/G + . En een dubbele geelfactor G/G.
11. De Roodfactor.

Deze factor is zoals men al weet in gekweekt via de kapoetsensijs. Dus met andere woorden deze factor is niet eigen aan onze kanaries. Deze roodfactor die we hebben in gekweekt, heeft het vermogen om via het voedsel en of drinkwater opgenomen lutiene om te zetten in rood-caratiode.Het symbool is R+ (het zal duidelijk zijn dat we geen mutant kennen)De vererving van de roodfactor is "onafhankelijk" en is dominant t.o.v. de wildvorm.
12. De Blauwfactor.

Deze factor heeft een kleurverdiepend vermogen, tevens heeft deze een remmende werking op de ontwikkeling van de bruine pheaomelanine en heeft een verbeterende werking op de eumelanine. Ter verduidelijking de blauwfactor zet de korrelvormige bruine pheomelanine om in staafvormige eumelanine.De blauwfactor heeft daardoor een bruinverdringend vermogen en geeft een verhelderende vetstofkleur.

De werking van de blauwfactor is "intermediaire".

Het symbool is B.

De wildvorm is B+

De vererving is onafhankelijk.

We gebruiken hoofdletters omdat:

    De mutant B dominant vererft t.o.v. de wildvorm B+
    De wildvorm B+ recessief vererft t.o.v. de mutant B.

Men kent nog B/B = dubbele blauwfactor. B/B+ Enkele blauwfactor.
13. De Intensief factor.

Deze factor heeft een kleurverdiepend vermogen, en heeft een gedeeltelijk remmende werking op de groei (ontwikkeling) van de bevedering. Men kent hierin verschillende vormen. Deze zijn voor de kweek goed, maar voor de tentoonstellingen is er maar een gradatie goed.

Het symbool is I de wildvorm is I+ de werking is intermediaire.

De intensief factor heeft een onafhankelijke vererving.

We gebruiken hoofdletters omdat:

    De mutant I dominant vererft t.o.v. de wildvorm I+
    De wildvorm I+ recessief vererft T.O.V de mutant I

OPM: Indien we bij deze koppeling en kweek van deze factor dezelfde sterkte van de intensiviteit factor tegen voorkomt, dan is de kans zeer groot dat de kiem afsterft (letaliteitwerking) of dat men jongen krijgt met een slechte schrale beverding.
14. De Dominant wit factor.

Deze factor is een onvolledige carotine beletter dit is weer goed waar te nemen in de aanslag van de vleugel en staart pennen en zelfs op de schouder dekveren. De dominant witfactor belet de vorming van carotenoïde Maar tast de vorming van eumelanine niet aan. Dus deze factor belet het enzym dat zorgt voor de vorming van de carotine kleur zijn werking uit te voeren.

Het symbool is CB de wildvorm CB+ . Dominant wit vererft onafhankelijk.

We gebruiken hoofdletters omdat:

    De mutant CB dominant vererft t.o.v. de wildvorm CB +
    De wildvorm CB + recessief vererft t.o.v. de mutant CB

15. De Recessief wit factor.

De recessief wit factor is een volledige carotenoïde beletter deze laat geen enkel spoor van carotenoïde Deze belet de vorming van de melanine kleur totaal niet. Deze geeft ook een licht paarsachtige kleur aan het lichaam van de vogel.

Het symbool is CB de wildvorm is CB +

De recessief wit factor vererft onafhankelijk.

We gebruiken kleine letters omdat :

    De mutant cb recessief vererft t.o.v. de wildvorm cb+
    De wildvorm cb+ dominant vererft t.o.v. de mutant cb

16. De Opaalfactor.

Deze factor ook wel de structuur factor genoemd. Ten gevolgen daarvan wordt de kern van de bereddering zwaar gemelaniseerd de haakjes bevatten weinig of geen melanine. De kern is omgeven door en zone met holtes, deze geven een lichtbrekingsindex voor de blauwe lichtstralen.Deze veroorzaakt de blauwe schijn in de bevedering. De opaalfactor heeft een bruin belettende werking.

Het symbool is so

De wildvorm is so+

De opaalfactor vererft onafhankelijk.

We gebruiken kleine letters omdat:

    De mutant so recessief vererft t.o.v. de wildvorm so+
    De wildvorm so+ dominant vererft t.o.v. de mutant so. 

Besluit.

Zoals u weet zijn onze kleur kanaries nog verder uitgebreid met de topaas en de eumo en nog enkele andere zijn in aantocht je ziet het staat ook in onze hobby niet stil we gaan vooruit.Ik weet dat vele onder ons denken ja deze formules zijn we toch wat te machtig ik verdiep me daar niet in. Toch beste kwekers is het noodzakelijk hier iets van te weten. Ik moet eerlijk bekennen ook voor mij zijn al deze formules niet even duidelijk. Maar ik denk als iedere kweker selectief te werk gaat in zijn kweek dat hij makkelijk deze formules kan leren van zijn soorten vogels die hij of zij kweekt. En dat hij dan zeker op de goede weg zit.Ik hoop met deze uiteenzetting u hiermee een aanzet te hebben gegeven. Wij doen het tenslotte toch maar uit hobby, en het op zo een manier het te leren is dubbel zo mooi. Misschien draagt dit artikel bij u hier aan mee.

. . . Tuin-huisje . . . Zooeasy . . . Quiko . . . Giantel . . . Bird shop . . . EdiaLux . . . J & J . . . Quiko . . . Easyyem . . . Heesakkers . . . Bird Suppply . . . Vogelvreugd . . . Elector . . . Houten kweekkooien . . . Vaesen . . . Comed . . . Kweekkooi.be . . . kaf o matic . . . Han Lucas . . .