Inloggen

. . . Tuin-huisje . . . Zooeasy . . . Quiko . . . Giantel . . . Bird shop . . . EdiaLux . . . J & J . . . Quiko . . . Easyyem . . . Heesakkers . . . Bird Suppply . . . Vogelvreugd . . . Elector . . . Houten kweekkooien . . . Vaesen . . . Comed . . . Kweekkooi.be . . . kaf o matic . . . Han Lucas . . .

Nieuwe visie op symbool gebruik.

bookwormwht


Nieuwe visie op :

Terminologie en Symboolgebruik bij Kanaries       Door inte onsman


Werkgroep Ontwikkeling en Innovatie bij Kleurkanaries i.s.m. MUTAVI Research & Advies groep

Uniformiteit bij het gebruik van genetische symbolen is wereldwijd nog ver te zoeken. Of we dit ooit zullen bereiken blijft voorlopig een open vraag.De in ons land gebruikte symbolen zijn voor wat betreft papegaaiachtigen veelal gebaseerd op internationale naamgeving en symbool gebruik en de verdere ontwikkeling hiervan is d.m.v. wereldwijde contacten via Internet recentelijk in een stroomversnelling gekomen.Voor wat betreft de vinkachtigen ligt de situatie anders. Hoewel veel auteurs van artikelen over vinkachtigen en in het bijzonder kanaries het gebruik van genetische symbolen niet uit de weg gaan, is er nog niet echt een intentie geweest om deze symbolen aan te passen aan wat we tegenwoordig "voortschrijdend inzicht" noemen [14].
De genetische symbolen voor kanaries zijn meer dan 40 jaar geleden bedacht en later gepubliceerd in het eerste standaard werk voor kanaries geschreven door Veerkamp [13].Baanbrekend werk op dit gebied is verricht door Beckman die de door hem gebruikte symbolen baseerde op het in 1962 verschenen boek "Genetics for Budgerigar Breeders" geschreven door Taylor en Warner. Een groot deel van de door hen op de Engelse taal gebaseerde symbolen worden heden ten dage voor papegaaiachtigen nog steeds gebruikt [9].De genetische symbolen voor kanaries die we in ons land veelvuldig gebruiken, zijn echter niet op de Engelse taal gebaseerd maar op onze eigen taal. Deze zienswijze werd verder uitgewerkt door Veerkamp in 1967 en is zins dien nooit gewijzigd.De tijd heeft echter niet stil gestaan en aan het begin van deze nieuwe eeuw dienen wij ons af te vragen of wij gezien recente ontwikkelingen in de wetenschap m.b.t. deze materie en onder invloed van discussiegroepen op Internet, deze zaak niet eens drastisch moeten herzien.Toen Veerkamp het factorenbezit van de gepigmenteerde kanarie beschreef, kon hij niet bevroeden dat het wetenschappelijk onderzoek naar pigment vorming in het algemeen een enorme vlucht zou nemen. Vele honderden wetenschappelijke publicaties over pigmentvorming zouden in en na de zestiger jaren beschikbaar komen.Het is zelfs zo dat de pigmentcel de meest bestudeerde cel in de gehele cel biologie is omdat m.b.v. deze cellen genetica in combinatie met enzymatische processen gelijktijdig bestudeerd kan worden. Het was in die tijd reeds lang bekend dat voor een normale pigmentvorming, bepaalde enzymatische processen nodig zijn die uiteindelijk leiden tot wildvorm pigmentatie. Dit werd toen de z.g. "enzymwerking" genoemd en logischer wijze werd dit aangeduid met het symbool E, de enzym factor. Een kanarie met de formule E+ / E blijkt echter een bonte vogel te zijn waaruit blijkt dat men toen dacht dat op het E locus het gen lag dat verantwoordelijk was voor de vorming van pigment in het algemeen.Dit is echter een verkeerde interpretatie van de werkelijkheid. Bontvorming heeft niets te maken met de enzymatische processen die ten grondslag liggen aan de vorming van pigment. Sterker nog, in een vogel met bontvorming en voor zover aanwezig wildvorm pigmentatie, of het nu recessief bont of dominant bont betreft, zijn alle enzymen die nodig zijn om pigment te vormen wel degelijk aanwezig. Bontfactoren en zeker de dominant verervende bontfactoren, grijpen in in de migratie van melanoblasten, de voorlopers van melanocyten (pigmentcellen) of zorgen voor een ongeschikt "leefklimaat" in bepaalde delen van de huid waardoor pigmentcellen plaatselijk niet kunnen overleven met als direct gevolg bontvorming.
Bij vrijwel alle dominant verervende factoren laten de dubbelfactorige mutanten het beste zien wat het dominante allel veroorzaakt. Dus een E / E vogel laat bij kanaries goed zien wat er eigenlijk gebeurt; pigmentcellen kunnen hun bestemming niet bereiken of sterven vroegtijdig af met als gevolg dat de vogel volledig ongepigmenteerd blijft en alleen nog vetstof laat zien.Dit komt echter niet doordat het enzym tyrosinase in een dergelijke vogel zou ontbreken waardoor de pigmentvormings processen niet op gang kunnen komen, maar door het geheel (bij DF vogels) of gedeeltelijk (bij EF vogels) ontbreken van melanocyten (pigmentcellen) in de veerfollikels.
Als er in bepaalde huidgebieden de pigmentcellen die nodig zijn om pigment in de veren af te zetten ontbreken door toedoen van een in dit geval dominante bontfactor, kan er dus ook geen pigment worden gevormd. Hieruit volgt dan ook dat de letter E van Enzym dus feitelijk onjuist is omdat bij deze mutant geen enzym defect is opgetreden maar een geheel ander defect [4,7].
De E factor is dus in feite een dominante bontfactor en dient dan ook als zodanig met het symbool Pi, afgeleid van het Engelse Pied, hetgeen bont betekent, te worden aangeduid.Dat brengt mij op het punt waarbij we er van uit moeten gaan dat alle symbolen conform wereldwijde afspraken, zowel in wetenschap als hobby, voortaan op de Engelse taal gebaseerd moeten zijn en tevens in plaats van boven elkaar, naast elkaar geschreven moeten worden. Dit laatste heeft tevens grote voordelen bij computergebruik waar we in deze eeuw natuurlijk steeds meer mee geconfronteerd worden.We nemen een aantal andere factoren ook eens onder de loupe.

De zwartfactor Met de zwartfactor wordt bij kanaries ongemuteerd eumelanine aangeduid. Deze factor vererft bij alle vogelsoorten geslachtsgebonden en de kanarie is daarop dan ook geen uitzondering. Wat echter wel uitzonderlijk is, is dat bij vinkachtigen deze factor "bruin" wordt genoemd en bij papegaaiachtigen "cinnamon" uit het Engels.
In oude wetenschappelijke publicaties [1] wordt deze kanarie mutant echter wel degelijk cinnamon genoemd en zou dus evenals bij de papegaaiachtige soorten met het symbool cin moeten worden aangeduid. De term "bruin" is echter zo diep geworteld in de kanarie liefhebberij dat er waarschijnlijk geen meerderheid voor deze verandering te vinden zal zijn en daarom is het voorstel dan ook om het symbool z te veranderen in b van het Engelse brown.
Wat er n.l. werkelijk gebeurd is dat het pigment door het ontbreken van het benodigde "b" proteïne gedurende het oxidatie proces niet meer in staat is om zwart te worden en dus bruin blijft. Het is dus niet zo dat zwart pigment wordt omgezet naar bruin maar het is eerder dat het zich ontwikkelende pigment niet meer in staat is om via het bruine stadium uiteindelijk zwart te worden. Het locus symbool dient dan ook hier weer een aanduiding te zijn van de naam van het gen of de naam van datgene wat de mutant in het fenotype laat zien en dat is bruin eumelanine i.p.v. zwart al of niet in combinatie met roodbruin phaeomelanine.

De agaat
Het symbool rb staat voor "reductie bruin phaeomelanine" zoals we dat aantreffen bij de agaat. Met dit symbool wordt dus kennelijk de agaat aangeduid, hetgeen eigenlijk in het geheel niet uit het symbool blijkt zoals met vele andere symbolen ook het geval is.
Het is feitelijk onjuist om het rb symbool apart te gebruiken omdat de agaat een allel is van de satinet en dus als allelisch symbool van satinet, dus als boven schrift bij het satinet symbool moet worden geschreven. De satinet is n.l. de geslachtsgebonden ino bij de kanarie [10, 11] en toont evenals de agaat nauwelijks phaeomelanine.
Toch zijn deze beide allelen niet verantwoordelijk voor de productie van phaeomelanine, dit wordt n.l. door een autosomaal gen geregeld. Het vrijwel verdwijnen van zichtbaar phaeomelanine bij de agaat en satinet is slechts het indirecte gevolg van deze beide mutaties en moet gezien worden als een bijverschijnsel.
Beide mutaties zijn dus in principe geen mutaties die de productie van phaeomelanine onmogelijk maken en daarom moet het symbool pb dan ook vervangen worden door het algemeen aanvaardde en internationaal in gebruik zijnde ino symbool voor de satinet met als toevoeging het allelische symbool ag dat als boven schrift aan het ino symbool moet worden toegevoegd om zodoende het agaat allel aan te duiden en de relatie tussen beiden aan te geven.

Autosomaal albinisme Dit brengt ons logischerwijs bij de autosomaal recessieve ino genaamd "phaeo".Het symbool voor deze mutant was eb hetgeen staat voor "eumelanine beletter". Het woord beletter zien we in de oude benamingen steeds terugkomen en letterlijk betekend beletten "verhinderen dat iets gebeurt", in dit geval dus de aanmaak van eumelanine.
In feite worden er bij alle mutaties die met "beletter" werden aangeduid in principe wel processen "belet" waardoor er een bepaald onvermogen om een proces uit te voeren of af te maken ontstond. Hebben we het echter over een "beletter" in de letterlijke zin van het woord dan wekt dit de indruk dat door de mutatie een nieuwe stof of enzym wordt geproduceerd die het normale proces zou verhinderen en dat is niet altijd het geval.Wat er wel gebeurt, b.v. bij de phaeo, is dat er door het gemuteerde gen een alternatieve vorm van het oorspronkelijke wildvorm enzym wordt geproduceerd, een z.g. iso-enzym dat niet of nauwelijks werkzaam is en in dit geval resulteert in albinisme [10, 11].Het symbool eb kunnen we dus beter veranderen in de naam van de soort mutatie en dat is het symbool a afgeleid van het Engelse autosomal albinism. Hieraan kan dan weer als boven schrift het symbool tz (topaz in het Engels) worden toegevoegd voor het topaas allel. Dat beiden als basis symbool de letter a hebben geeft weer aan dat het allelen zijn van het a locus en dat het dus verschillende mutatie vormen zijn van hetzelfde gen volgens hetzelfde principe als de agaat en satinet.

De opaal factor
Voor de opaal factor is indertijd het symbool so gekozen, hetgeen "structuur opaal" betekent. Onderzoek heeft uitgewezen dat de opaal factor een morfologisch verandering van de melanocyten teweegbrengt, d.w.z. dat opaal melanocyten geen dendrieten hebben waarmee ze het pigment in de bevedering afzetten. In sommige gevallen worden zelfs gehele melanocyten in de veerschachten opgenomen vanwege dit defect. Het is dus primair een structurele verandering van de melanocyten zelf en niet zo zeer van de bevedering [3,6.Omdat er bij de opaal een abnormale pigment afzetting aan de onderkant, dus aan de ental zijde van de veren plaatsvindt, ontstaat een blauwgrijs opaalachtig effect en de naam opaal is dan ook goed gekozen. Het basis symbool zou dan ook eenvoudigweg veranderd kunnen worden in op naar het Engelse opal met het allelische symbool ox als boven schrift voor het onyx allel omdat ook het op locus een tweede mutatie heeft opgeleverd die tezamen met opaal een multiple allele serie vormt, zo is uit proefparingen gebleken.

Dominant en recessief wit
Beide mutaties verhinderen de productie van carotenoïde op verschillende wijze en toch kregen zij hetzelfde symbool n.l. Cb (carotenoïde beletter). Het enige verschil is dat dit symbool voor dominant wit met een hoofdletter geschreven wordt en voor recessief wit met kleine letters.
Het voorstel is nu om ook deze symbolen logischer te maken n.l. de hoofdletter W van White voor dominant wit en om geen verwarring te krijgen wt (eveneens van white) voor recessief wit.

Pastel en grijsvleugel
De geslachtsgebonden pastel factor kreeg als symbool rz (reductie zwart) en de grijsvleugel rrz (reductie van reductie zwart).
Als we deze symbolen wederom baseren op de Engelse benamingen krijgen we dus pa voor pastel, dat overigens in het Engels hetzelfde woord is, met als allelisch symbool gw voor de grijsvleugel afgeleid van het woord greywing. Vooralsnog gaan we er vanuit dat deze twee factoren multiple allelen van het geslachtsgebonden pa locus zijn. Hier wordt overigens nog onderzoek naar gedaan.Als we deze logische benadering verder doorvoeren, wordt de ivoor factor van sc veranderd in iv van ivory, de eumo van rm wordt dan eu van eumelanin, mozaïek wordt dan van m veranderd in dm afgeleid van dimorphic en de blauwfactor wordt dan simpelweg Bl van Blue. Alleen de rood factor en de intensief factor kunnen vrijwel ongewijzigd blijven zoals te zien is op de tabel.
Om het nog duidelijker te maken volgen hier enkele voorbeelden.

Groene man (oude schrijfwijze):
E+ (x)z+ rz+ rb+ B+ G+
E+ (x)z+ rz+ rb+ B+ G+

Dit wordt volgens de nieuw voorgestelde schrijfwijze:

Bl + / Bl + Yw +/ Yw + X b + / X b +

Wat direct opvalt is dat een groot aantal factoren uit de formule zijn weggelaten. Als we de groene kanarie als wildvorm beschouwen, zijn slechts drie gen loci voldoende om aan dit criterium te voldoen n.l. het Bl locus voor de productie van phaeomelanine, het a locus dat primair betrokken is bij de productie van eumelanine maar ook een rol speelt bij de productie van phaeomelanine en het Yw locus voor de productie van gele vetstof.
Als deze drie genen in ongemuteerde toestand worden weergegeven kan de rest worden weggelaten en deze formule als wildvorm formule worden beschouwd. In feite mogen in formules die slechts betrekking hebben op één vogel, alle homozygote wildvorm allelen tegen elkaar worden weggestreept omdat zij geen wezenlijke bijdrage leveren aan het genotype waar de formule betrekking op heeft. Alleen de wildvorm formule is in het nu voorgestelde systeem hierop een uitzondering. Een tweede voorbeeld:

Bruine man (oude schrijfwijze)

E+ (x) z rz+ rb+ B+ G+
E+ (x) z rz+ rb+ B+ G+

Nieuwe schrijfwijze:

X b / X b

U ziet dat alle niet relevante factoren weg zijn gelaten. De beide X symbolen geven aan dat het hier een man betreft en de beide b symbolen (zonder + teken!) geven aan dat hij homozygoot is voor bruin. Een bruine man dus. Alle andere factoren zijn weggelaten omdat zij niet gemuteerd zijn en dus, omdat het hier één vogel betreft, geen rol spelen in de formule.

Agaat man (oude schrijfwijze):

E+ (x) z+ rz+ rb B+ G+
E+ (x) z+ rz+ rb B+ G+

Nieuwe schrijfwijze:

X ino ag / X ino ag

Ook hier zijn weer alle niet relevante factoren weggelaten. Direct is te zien dat het hier een man (X / X) betreft en dat hij homozygoot is voor ino ag , agaat dus. Omdat ook hier geen enkele andere factor in deze formule wordt vermeld, betekend dat dus dat er ook geen enkele andere factor is gemuteerd.
Deze vogel is dus nergens split voor en dus gewoon een zwart agaat. Zo simpel is dat.

Isabel, ofwel bruin agaat man (oude schrijfwijze):

E+ (x) z rz+ rb B+ G+
E+ (x) z rz+ rb B+ G+

Nieuwe schrijfwijze:

X b_ino ag / X b_ino ag

In deze formule gebruiken we het onderliggende verbindingsstreepje om aan te geven dat beide mutaties gekoppeld op het X-chromosoom liggen. Zijn er meerdere gekoppelde factoren in het spel, dan plaatsen we die er eenvoudigweg bij b.v. bruin agaat pastel (isabel pastel) wordt dan X b_ pa _ ino ag / X b_ pa _ ino ag voor de man en X b_ pa _ ino ag / Y voor de pop.
Het zal u ongetwijfeld zijn opgevallen dat ik de isabel als bruin agaat benoemd heb. Wel, als we de oude formule van Veerkamp goed bekijken is te zien dat de "zwartfactor" z (bruin) homozygoot aanwezig is en de agaat factor rb eveneens. Dat betekent in concreto dat we dus te maken hebben met een bruine agaat die evenwel als isabel door het leven gaat.
Reeds in 1985 maakte F. Kop in zijn boek "Het Kweken van Kanaries" [5], bezwaar tegen deze benaming omdat het gebruik van aparte namen voor mutatie combinaties soms ten onrechte de indruk wekt dat het om een aparte mutant gaat hetgeen vooral bij beginners tot grote verwarring kan leiden. Als voorbeeld verwijs ik naar een artikel in ONZE VOGELS uit 1971 met als titel "De Nieuwe Isabel Mutatie"[8] waarbij het echter niet om een nieuwe mutatie gaat maar om een nieuwe mutatie combinatie en dat is iets heel anders.
Ik ben het met Kop eens. De naam isabel is niet direct gerelateerd aan een kleur wat vele andere benamingen vaak wel zijn en bovendien, waarom zouden we een bruine agaat niet gewoon een bruine agaat noemen. Daar is op zich toch niets op tegen? We zijn dan ook hard bezig om deze benaming in ieder geval voor papegaaiachtigen geheel af te schaffen omdat deze naam vaak, en met name vooral in de Engelstalige landen, volstrekt willekeurig wordt gebruikt voor mutanten die genetisch gezien niet eens een overeenkomst hebben. Aan deze chaos moet ook een einde worden gemaakt.

Ook Veerkamp heeft indertijd in zijn boek aangegeven dat formules vereenvoudigd kunnen worden maar ging hierin minder ver dan de huidige voorstellen [13]. Als voorbeeld geeft hij de paring agaat man x groene pop. Zijn vereenvoudigde formule zag er als volgt uit:
voor de man:
(x) z+ rb
(x) z+ rb
voor de pop:
(x) z+ rb+(y)

Hij vermeldt hierbij het volgende, ik citeer:

-- Zodra een der ouderdieren in het bezit is van een gemuteerde factor, dan moet bij de partner die deze factor niet bezit, het symbool van de overeenkomende ongemuteerde factor worden opgenomen in de vereenvoudigde formule. Bij de groene pop moeten we dus, als tegenhanger, de ongemuteerde 1ste reductie factor rb+ gebruiken. -- einde citaat.
Deze manier van doen blijft ook in het nieuw voorgestelde systeem gehandhaafd. Is bij de man een bepaalde factor gemuteerd en bij de pop niet, dan moet bij de pop toch deze factor als wildvorm factor (+) worden vermeld om de formules gelijk te maken aan elkaar.
In de door Veerkamp vereenvoudigde formule had echter ook nog de z+ factor weggelaten mogen worden. Volgens het nieuwe systeem komen deze formules er dan zo uit te zien;

voor de man: Xino ag / Xino ag en voor de pop: Xino + / Y

De man is homozygoot agaat en voor de rest is geen enkele factor vermeld, dus het betreft hier een groen agaat man. Bij de pop vermelden we de ongemuteerde ino factor omdat de agaat daar een allel van is. Het ino+ symbool is dus het wildvorm basis symbool voor zowel satinet als agaat zoals ook in de tabel te zien is.
Ook het gebruik van de termen 1e en 2e reductie factor en de in 1971 voorgestelde 3e reductie factor moet worden verlaten. Dit geldt eveneens voor de 1e en 2e albinofactor.
Nog afgezien van het feit dat dergelijke termen in de wetenschap nooit worden gebruikt, voegen ze weinig toe aan datgene waar ze mogelijk voor bedoeld zijn n.l. het in categorieën plaatsen van de verschillende geslachtsgebonden pigment verdunnende mutaties, maar meer duidelijkheid over deze mutaties geven ze m.i. niet.
Het leren van deze terminologieën zorgt voor onnodige ballast bij de keurmeesters opleidingen en zou moeten worden afgeschaft. Cursussen moeten erop gericht zijn om de genetica en de werking van het pigmentvormings proces te leren begrijpen om zodoende de verschillende mutaties en de logica achter het symboolgebruik beter te kunnen doorgronden.Als wij bovendien de nu voorgestelde methode consequent doorvoeren ook voor wat betreft nieuwe mutaties, behoeven wij ons ook niet meer in allerlei taalkundig weinig elegante woord combinaties te begeven zoals "reductie zwart" (rz) met het daaruit voortgekomen "reductie van reductie zwart" (rrz) hetgeen in het oude systeem onvermijdelijk was geworden, om maar een voorbeeld te noemen.

Als u het nieuwe vereenvoudigde systeem in artikelen wilt gebruiken en u heeft daar nog problemen mee, is ondergetekende i.s.m. de redaktie gaarne bereid hierbij te helpen of nadere uitleg te geven.Het systeem zal in ieder geval in publicaties van de MUTAVI Research & Advies Groep, op Internet en door de 'Werkgroep Ontwikkeling en Innovatie' worden gebruikt.Om met een bekende slogan te eindigen: leuker kunnen we deze hobby niet maken, wel makkelijker.

Literatuur:

1. Durham F.M., (1927)
   Sex-Linkage and other Genetical Phenomena in Canaries
   Journ.of Genetics Vol.17 no.1;pag.19-33
2. Kop F.H.M., (1983)
   Het Kanarieblauw, een samenspel van factoren
   De Vogelwereld Jaargang 38;pag. 394-402
3. Kop F.H.M., (1983)
   Opaalfactor: Geen structuurfactor maar melanocytenfactor
   De Vogelwereld Jaargang 38;pag. 558-564
4. Kop F.H.M., (1983)
   Hoe zo...bont?
   De Vogelwereld Jaargang 38;pag. 490-494
5. Kop F.H.M., (1985)
   Het Kweken van Kanaries
   Zuid Boekprod. b.v. (Voliere Vademecum) 168 pag.
6. Kop F.H.M., (1987)
   De Opaalfactor
   ONZE VOGELS no.4;pag. 170-171
7. Kop F.H.M., (1981)
   De Enzym Factor
   De Vogelwereld Jaargang 37;pag. 28-31
8. Onbekende auteur, (1971)
   De Nieuwe Isabel Mutatie
   ONZE VOGELS no.10;pag. 452-453
9. Onsman I., (1993)
   Genetische Symbolen en hun Geschiedenis
   Mutavi Bulletin no.4;pag. 20-21
10.Onsman I., (1991)
   De Topaas Kanarie: Een Verkenning en Analyse
   Mutavi Bulletin no.1;pag. 15-19
11.Onsman I., (2000)
   Internet http://www.life-research.nl/albino.htm
12.Spijker W.D.H., (1972)
   Al die nieuwe Kleurnamen, ze maken er maar wat van
   ONZE VOGELS no.2;pag. 76-79
13.Veerkamp H., (1967)
   Handleiding voor de Kleurkanarie Kweker
   THIEME - ZUTPHEN;pag. 38-210

E-mail adres  Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.

Met dank aan Inte Onsman voor het beschikbaar stellen van het artikel.

©Inte Onsman

. . . Tuin-huisje . . . Zooeasy . . . Quiko . . . Giantel . . . Bird shop . . . EdiaLux . . . J & J . . . Quiko . . . Easyyem . . . Heesakkers . . . Bird Suppply . . . Vogelvreugd . . . Elector . . . Houten kweekkooien . . . Vaesen . . . Comed . . . Kweekkooi.be . . . kaf o matic . . . Han Lucas . . .