Inloggen

Cursus Deel 17 : De Topaas factor

 De topaas factor  :                                             Deel 17. 

Hij zou in Frankrijk ontstaan en ontwikkeld zijn uit Zwartrood phaeo.  Zijn benaming slaat, zoals de opaal, op een edelsteensoort.De topaas is zeker een aanwinst gaan betekenen in onze kleurkanarie-liefhebberij.We hebben "volle" topazen, kortweg topaas genoemd als eigenlijke mutant.  We hebben ook de intermediaire topaas als "terugkruising" tussen topaas x phaeo.  Men kan evenwel nu reeds stellen dat de intermediaire vorm nooit kan (of mag) erkend worden.  Het zijn en blijven voor kleur en tekening tussenliggende kruisingsproducten.

Enkele jaren terug kregen we bijna hetzelfde bij de satinetfactor, toen men sommige klassieke kleurslagen, met het oog op een kleurverbetering; satinetverervend wilde maken.  Deze vogels werden toen ook terecht afgewezen.

We zullen het dan ook verder hoofdzakelijk hebben over de echter topaas.  Slechts op het einde, om volledig te zijn en om het verschil te verduidelijken, zullen in het kort de intermediaire vormen beschreven worden. 

Factorwerking  : 

Door inwerking van de topaasfactor hebben deze kanaries een gedeelte van hun vermogen tot melanine vorming verloren. De bruine eumelanine-tekening is sterk in kleur verminder, de rug- en flank bestreping is praktisch geheel verdwenen bij isabellen en bruinen.e zwarte eumelanine-melanisatie bij agaten en zwarten is gereduceerd, van bruin-grijzig tot matig zwart, variërend van vogel tot vogel, zelfs tot bruin bij poppen.De bruine phaeomelanine is sterk opgebleekt in de randen van de grote pennen en dekveren.  De overblijvende zwarte en bruine eumelanine in de bevedering manifesteert zich bij de topaas geconcentreerd rond de schacht van de veer.De buitenzijden, dus de randen of omzoming zijn sterk vervaagd en op gebleekt.Dit is karakteristiek en zeer goed zichtbaar, voornamelijk in de grote pennen van vleugel en staart en  in hun dekveertjes.  De Fransen spreken dan ook terecht van "melanin central .Persoonlijk vind ik deze uitdrukking minder geslaagd : de omzoming is bij satinetten ook wel aan de lichte kant, maar de melanisatie in het geheel en de tekening in het bijzonder zijn bij satinetten veel minder uitgesproken aanwezig dan bij de topazen.

De topaasfactor is te combineren met de vier klassieke reeksen met elke erkende grondkleur.

·      Ze bezitten klassieke donkere ogen, die de eerst ca zeven dagen vanaf de geboorte evenwel duidelijk rood zijn !

Een andere merkwaardigheid bij dopazen vormt de kleur van de hoorndelen; die praktisch bij alle kleurslagen egaal vleeskleurig zijn met bleke nagels.  Opgelet dus voor bontvorming; het verschil met witte nagels is meestal nihil.  Bij aankoop is een grondige controle van de donskleur dus aangewezen.  De donskleur moet identisch zijn als bij de klassieke kleuren.Kleur en tekening  :

In het algemeen ziet het er naar uit dat de beste topazen ongetwijfeld zullen te vinden zijn tussen de intensieve exemplaren in het bezit van de nodige blauwstructuur om het overtollige phaeobruin te verdringen.

De mooiste vogels zijn te verzachten bij de agaten en de zwarten.  Isabellen en bruinen lijken wegens hun gebrek aan tekening en hun misleidende gelijkenis met andere erkende kleurslagen, minder geschikt voor TT.

Isabel topaas  :Laat nog weinig tot geen melanisatie zien en is te vergelijken met isabel opaal, dus een weinig interessante kleur, die ook wel nooit zal aangenomen worden. 

Bruin topaas  :

Mooie bruine vogel zonder tekening en gelijkend op bruinpastel, maar dan mogelijk iets bruiner.  Het bruin bij een bruintopaas komt evenwel gevlekter en voornamelijk op de rug meer gelijnd tot uiting.  De opbleking van de veerranden zijn nog goed zichtbaar.  Al moet hier gezegd dat er meestal nog een smal en dun laagje bruin is in te zien.Deze beschrijving geldt voornamelijk voor poppen.  Mannen zijn hier ook in het algemeen niet bruin genoeg.
Zoals reeds eerde aangehaald en met enig voorbehoud, ook een minder geschikte TT-kleur.

 Agaat topaas  :.

Zullen waarschijnlijk de mooiste topazen opleveren met een gereduceerde zwarte tot grijze tekening en hun sterk uitkomende bleke veerranden.

Bij de meeste exemplaren die ik heb gezien, lijkt het mij moeilijk om zowel de tekening als de overige melanisatie in eenzelfde kleur te verkrijgen.  In het algemeen was de tint van de grote pennen iets donkerder dan de tekening.  De bestreping bij de poppen lijkt in het algemeen bruiner van kleur.De tekening zelf lijkt goed op deze van een klassieke agaat, alleen flanktekening en voornamelijk de baardstrepen, leken minder opvallend dan de rest.  Hij lijkt nog het beste op agaatpastel en komt zeer goed tot zijn recht met een lichte grondkleur zoals wit, ivoor en mozaïek.De melanisatie liefst zo donker mogelijk. np2.

 Zwart topaas  :

Bijna identisch als de agaattopaas, maar met een diepere zwarte, iets zwaardere, dus weer uitgebreide melanisatie.  Let wel op, het verschil tussen agaat- en zwarttopaas likt niet zo groot.Schimmelvogels zijn, net zoals bij de klassieken, door hun groter bruinbezit minder belangrijk als TT-vogels.In de zwartreeks, en in mindere mate bij de agaatreeks; zal het bezit van de blauwfactor en de intensief factor een grote rol spelen, omdat ze beiden het bruinbezit sterk kunnen reduceren.  De melanisatie ook zo donker mogelijk.

 De grondkleur : 

Zoals reeds aangehaald zijn topazen te combineren met alle erkende grondkleuren.  Of de topaasfactor- werking in wezen iets verandert aan de grondkleur is  nu nog niet met zekerheid te stellen, ( we geloven het niet) al lijkt het toch dat het geel en het rood "anders" van tint waren dan bij gewone gele en rode kanaries.  Het is moeilijk te omschrijven; het geel leek iets meer hooggeel en het rood iets roziger.

De vererving  :

            mc van "melanin central", vererft onafhankelijk. 

            mc  =  man of pop topaas                   mc+  =  man of pop verervend voor topaas

            mc                                                    mc 

De topaasfactor (mc) is naar alle waarschijnlijkheid samen met de inofactor (ino) een multiple allelomorfe van de ongemuteerde ino-wildvorm (ino+).Met ino+ dominant op ino en mc, en ino (onvolledig) dominant op mc.

inomutatie ino  ¯       2° mutatie mc

De meeste factoren (genen) muteren enkelvoudig terwijl we hier bij de topaas te maken hebben (net als bij de satinet) met een factor die in staat is gewest te muteren in twee nieuwe gedaanten.  Een bewijs van de juistheid van deze stelling vormt ook hier de wetenschappelijke verklaring over multiple allelomorfen, die zegt dat er bij combinaties van deze factoren steeds een intermediaire tussenvorm wal ontstaan.Proefondervindelijk is dit ook goed zichtbaar, want uit kruisingen van topaas x ino komen 100 % intermediaire jongen ! 

            Topaas x wildvorm                            = 100 % wildvorm/topaas

            Topaas x topaas                               = 100 % topaas

            Topaas x wildvorm/topaas                 =  50 % topaas en 50 % wildvorm/topaas

            Wildvorm:topaas x wildvorm/topaas   =  25 % topaas

                                                                   =  25 % wildvorm

                                                                   =  50 % wildvorm/topaas. 

De laatste koppeling lijkt minder interessant, omdat men het eerste jaar van de niet-topazen niet kan zeggen of ze al of niet verervend zijn. 

Intermediaire vormen  :

Hebben over het algemeen ook donkere-klassiek ogen, bleke hoorndelen en bezitten geen tekening (bestreping) meer.  Alleen het bezit van bruine phaeomelanine is vermeerderd.  Normaal, als men weet dat de ino factor de eumelanine verdringt en de phaeomelanine bevordert. 

Isabel topaas intermediair  :Blijft waardeloos. (niet Erkend) 

Bruin topaas intermediair  :

Verkrijg een iets diepere, maar vooral egalere bruine kleur, waarbij de omzoming ook bruin (schimmelvogels) vertonen aan hun buitenste randen.De tekening zelf is volledig verdwenen.  Het zijn mooie vogels !  Het is tevens de enige kleurslag waarbij de intermediaire bruintopaas mooier lijkt dan de zuivere bruintopaas.Agaat topaas intermediair:Wordt ook waardeloos, want de tekening is verdwenen.  Alleen een kleinere hoeveelheid melanisatie blijft in de pennen over. 

Zwart topaas intermediair  :

Ongeveer hetzelfde als bij de agaattopaas, intermediair met daarbij nog een aanzienlijke vermeerdering van bruin. M.a.w. :  ze bezitten zowel tekening, maar dit is geen zwart meer maar bruin, het zwart is nog verder gereduceerd dan bij de "volle" topaas.Grafiek laat zien dat de intermediaire topazen (fenotype) een groot verschil zien in hun onderling bezit in melaninebezit.  De ene laat meer topaaskenmerken zien dan de andere.