Inloggen

. . . Tuin-huisje . . . Zooeasy . . . Quiko . . . Giantel . . . Bird shop . . . EdiaLux . . . J & J . . . Quiko . . . Easyyem . . . Heesakkers . . . Bird Suppply . . . Vogelvreugd . . . Elector . . . Houten kweekkooien . . . Vaesen . . . Comed . . . Kweekkooi.be . . . kaf o matic . . . Han Lucas . . .

De opaal kanarie.

Agaat opaal wit rec


DE OPAAL KANARIE.                                                                      Wout van Gils

INLEIDING:

Alhoewel deze vogel al vele tientallen jaren bestaat, is het toch pas de laatste 10-tal jaren dat deze vogel een opmerkelijke intrede heeft gedaan bij vele kanariekwekers, in en buiten onze federatie. Ook is dit te merken op al onze tentoonstellingen, bij vele kanariekwekers in hun kweekhok, en ook merk ik tijdens mijn lezingen over de kanarievogels dat er steeds meer vragen over de opaalkanarie naar voren komen.  Gelukkig maar.  Ook ik ben AL jaren bezig met de opaalfactor en deze heeft ook mij goed in de greep.  Buiten mijn rode en witte kanaries heb ik al vele variaties in opalen gekweekt, wel niet allemaal met succes.  Vooral in de rood ivoor agaat opaal en in de zwart opaal geel ivoor ging het nu niet direct zoals ik wenste.  De zilver agaat opaal recessief vind ik persoonlijk de mooiste variatie, maar dit zal wel een kwestie van smaak zijn, al is het toch opvallend dat men deze vogel wel het meest ziet.

DE OPAALFACTOR KAN MEN OOK WEL DE "STRUCTUURFACTOR" NOEMEN en dit is ook zo, want de opaalstructuur houdt een verandering van de ligging van de melanine in.  Voor velen is de opaal een vogel die niet erg duidelijk overkomt In BV. tijdschriften, tentoonstellingen of lezingen. Al wil ik wel stellen dat de opaalfactor meer is weggelegd voor de meer ervaren kweker, en zou het de beginnende liefhebber beter houden bij BV. de klassieke kleuren.  Met de ervaring die hij daar opdoet kan hij later overgaan naar de niet-klassieke kleuren.  Toch wil ik in dit artikel iets schrijven over de "opaalkanarie", zodat het de beginnende liefhebber iets duidelijker mag worden, en voor de ervaren kweker een opfrissen mag zijn. 

HET ONTSTAAN VAN DE OPAALFACTOR.

Zoals elke kleur meestal is ontstaan door een mutatie, is ook de opaalkanarie ontstaan.  Deze is ontstaan rond 1949 in Duitsland, bij een zekere Hr. ROSSNER, die kweker was in STAMVERBAND van de groene zangkanarie.  Bruin opaal geel mozaiekDaar ontstond ineens in enkele nesten "GRIJSBLAUWE KANARIES". U kunt zich voorstellen dat deze man niet wist wat hij zag.  Jaren lang groene harzerzang-kanaries kweken en dan ineens geconfronteerd worden met grijsblauwe kanarievogels.  Gelukkig heeft deze man ingezien dat dit iets heel apart was, en is met deze vogels verder gegaan in samenwerking met enkele andere kanariekwekers.  De eerste vogels waren ook zeer slecht van bevedering, er moest hier erg veel aan verbeterd worden.  De erkenning van de opaalmutatie heeft ontzettend lang geduurd, ook ervaren vakmensen wilden er weinig of niets van weten.  Was men eerder overgegaan om met deze mutatie op grote schaal te gaan kweken, had het zeker geen 13 jaar geduurd voor dat men deze in vele fokkerijen ging kweken.  Dit is gebeurd omstreeks 1962.  Als men nu kijkt op vele hokken en tentoonstellingen dan is er op korte tijd toch nog ontzettend veel gebeurd en veel goede kweekresultaten bereikt, zeer zeker in de bevederingstructuur.  Waarom de naam “OPAAL", deze is zeker niet zomaar gegeven. Ooit hebben ze mij verteld dat deze afstamt van een bepaalde edelsteen.  De opaal als kleuruitdrukking is juist door zijn opalizerende werking.  Deze wordt niet gebaseerd op een directe  maar op een indirecte waarneming van de kleur. Men krijgt bijna altijd een "NIET VOLLEDIGE BLAUWUITING" die veroorzaakt wordt door de lichtinval op het zwarte eumelanine.  De meeste melanine ligt verzonken in de kern van de baarden en de onderzijde van de veer.  Het gevolg van het opalizerend effect bij BV. de groen en agaatopaal krijgen we een "blauwgrijze kleur.  Dus bij elke kanarievogel die in zijn bevedering  een of andere blauwnuance heeft, is dit in wezen een veranderd kleurbeeld van de zwarte eumelanine, wat wordt veroorzaakt door een wijziging van de bevederingstructuur.

WERKING VAN DE OPAALFACTOR

 Zoals de meeste van ons allen wel zullen weten heeft de groenopaal een blauwgrijze pigmentkleur.Dit blauwgrijs komt door een veranderde Ligging van de melaninen, en de verdringing van de bruine phaomelanine. Bij de groenopalen ligt een deel van de melanine niet rondom de kern van de veerbaardjes, de mergcellen, gegroepeerd maar in de kern verzonken.  Rondom deze kern ligt een filterzone die een soort reflex te weeg brengt waardoor het zwarte eumelanine een blauwgrijs kleurkarakter krijgt, en het aanwezige bruine phaeomelanine wordt geobserveerd.Op de buitenzijde van de veer, dus het gedeelte dat tegen het lichaam aan ligt, heeft deze structuurwijziging geen effect en blijft dus zwart.  Zoals al eerder geschreven, is de opaalfactor het mooist op een bevedering met een zwarte pigmentatie, met andere woorden bij de groene en de agaat.  Enkele neveneffecten die hierbij kunnen ontstaan zijn door de structuurwijziging van de veer, vooral bij de groenopalen de rommelige bevedering, iets wat mijn inziens de laatste jaren wel is verbeterd, en we kunnen nu in 1998 wel stellen dat de zwart opalen ook een goede strakke bevedering kunnen hebben.  Ervaring in de kweek is wel een grote vereiste, vermijd in elk geval losse bevedering.Daar de opaalfactor ook een bruin phaeomelanine verdringend vermogen heeft, zal het voor iedereen wel duidelijk zijn dat een bruin of isabelopaal een bijna pigmentloze vogel is. De donskleur zal dan uitkomst moeten geven deze is dan:

            A) Zwartopaal geeft blauwzwarte dons.

              B) Agaatopaal geeft blauwgrijze dons.

              C) Bruinopaal geeft blauwbeige dons.

De opaal in de bruinreeks ziet men weinig of niet.  De reden is de bruinbelettende werking van de opaalfactor, indien men deze vogel wil kweken, gebruik dan altijd een schimmelvogel, omdat bij de bruinopaal nog een zacht bruinbeige kleur vereist is, zelfs in vleugels en staart.  De enige kleur in de bruinreeks die redelijk doorkomt is de roodbruin opaal in de schimmelreeks.  In de isabelreeks heeft de opaal weinig of geen zin, ik denk dat dit voor iedereen wel duidelijk is waarom. De bruinopaal wordt wel regelmatig gebruikt om, bij de groenopaal de bevedering gladder te krijgen, dus daarom worden ook deze vogels nog wel gekweekt.  Als T.T.-vogel zullen ze misschien minder geschikt zijn t.o.v. de andere opalen. Om de opaalfactor (structuur) nog iets duidelijker te maken zal de tekening met de uitleg nog iets meer verhelderend werken.

A)  BIJ DE NORMAALSTRUCTUUR: daar zien we de meeste melanine aan de buitenkant van de   cortex, de kern is niet gemelaniseerd en de binnenkant bevat een weinig melanine.

 B)     BIJ DE OPAAL STRUCTUUR: daar zien we aan de buitenkant dat deze zeer licht is      gemelaniseerd, de kern is zeer zwaar gemelaniseerd. Ook de binnenkant bevat veel melanine.Rond de kern die sterk is gemelaniseerd, bevindt zich een bewolkte zone met holtes, die een licht-brekingseffect hebben van de blauwe lichtstralen uit het spectrum.  Deze invallende lichtstralen worden deels door de cortex teruggekaatst, en dit nemen we als kleurloos waar. De overige lichtstralen dringen door de cortex en door de bewolkte zone, en worden zo door de gemelaniseerde kern geabsorbeerd. Een klein gedeelte van de blauwe lichtstralen worden door de holtes gebroken en verstrooid en via de cortex weer teruggekaatst. Dit nemen wij als liefhebbers, samen met de reeks teruggekaatste lichtstralen op als blauw.  Dus hoe meer holtes om de gemelaniseerde kern, des te blauwer zal het effect worden.Het geheel komt moeilijk over maar door dit enkele malen over te lezen zal het toch wel wat duidelijker worden, hoe dus de opaalstructuur wordt veroorzaakt. Tengevolge van de structuur verandering van de bevedering wordt de kern zeer zwaar gemelaniseerd, de haakjes bevatten zeer weinig of geen melanine, en de kern omgeven met holtes, met een lichtbrekingsindex voor de blauwe lichtstralen, veroorzaakt dus de blauwe schijn in de bevedering van de vogel.  Daardoor ontstaat bij een kanarievogel:

                   1) OPAALFACTOR MET GEEL                DE GROENE TINT.

                   2)  OPAALFACTOR MET  ROOD             DE VIOLET TINT.

                   3)  OPAALFACTOR MET WIT                DE GRIJSBLAUWE TINT.

VERERVING VAN DE OPAALFACTOR:

Deze is recessief en vererft onafhankelijk Evenals de recessief wit factor en de phaeofactor moet de opaalfactor dubbel aanwezig zijn om tot uiting te komen in zijn verschijningsvorm.

Voor de kweek kent men dus de:    A) opaal

                                                            B) splitopaal (enkele opaalfactor)

                                                            C) niet-opaal (klassieke vogel)

Bij de onafhankelijke factor maakt het totaal niet uit wie van de ouders de factor draagt.

Enkele voorbeelden zijn:

          VADER          MOEDER                         ZONEN EN DOCHTERS

          Opaal      x     opaal                          gelijk aan ouders= opaal

          Opaal      x     niet opaal                    100%- splït-opaal

       Split-opaal   x    split-opaal                   50%split-opaal, 25% opaal,  25% niet opaal

       Split-opaal   x    niet opaal                    50%split-opaal, 50% niet opaal 

DE KWEEK VAN DE OPALEN:

Zoals ik al eerder deed opmerken zijn de opalen in de zwart en agaat reeks erg mooi. Maar ook de bruinopaal is ook in de afgelopen jaren in perfecte kleur gekweekt en te bewonderen op vele tentoonstellingen . Het is erg goed gegaan met de opalen,ook in combinatie met de mozaïek factor zijn het prachtexemplaren en is ook zeker aan te bevelen,om deze vogels te gaan kweken.

BIJ HET KWEKEN VAN OPALEN ZAL MEN ALTIJD UIT MOETEN GAAN VAN  FOKZUIVERE VOGELS IN DE KLASSIEKE REEKS, Bv uit de zwart of agaat reeksen.

Deze split maken voor opaal en zodoende weer terugkoppelen. Dus een stamkweek is een eerste vereiste. Verder zal men altijd vogels moeten vermijden met een losse bevedering. Verder door kweken met opalen werkt dit zeker in de hand.  Daarom nogmaals, regelmatig terug koppelen aan een klassieke vogel. De mooiste vogel in de opaalreeks is volgens mij de agaat opaal wit, vooral als deze samengaat met de recessief wit factor. Ook hier weer vogels gebruiken die zowel split-opaal als split voor wit zijn,en denk eraan regelmatig vitamine A verstrekken. Indien men overgaat tot kweken van de blauwopaal, dan nogmaals letten op de bevedering, en indien men de keus heeft, vogels koppelen met blauwfactor bij zich. Dit zal de blauwopaal alleen nog maar mooier maken. Uiteraard hoeft bij dit verhaal geen apart stukje te komen over de tekening van de vogel, iedereen hoort deze toch te kennen, zeker de kweker die al opalen kweekt. Verder kom ik in het stuk over de enkele standaardeisen hier op terug. Men kan ook stellen bij de kweek van de opalen, zowel als bij alle andere soorten, koppel altijd:  WAT DE EEN TE VEEL HEEFT MOET DE ANDER TE WEINIG HEBBEN, lettend ook op grote, vorm- en bevedering.  Kortom let bij de kweek van opalen op volgende punten:

              1) Kweek nooit te lang opaal x opaal (opbleekfactor, bevedering enz.)

              2) Gebruik zo veel mogelijk splitvogels.

              3) De opaalfactor is recessief en vererft onafhankelijk (zie punt 2)

              4) De opaalfactor heeft ook een bruin belettende werking.

              5) Kweek agaat opaal wit: gebruik vogels met blauwfactor.

              6) Schakel vogels met een lange bevedering uit in de opaalkweek.

              7) Opalen hebben een zeer sterke werking op het melanine bezit.

              8) Isabel opalen: weinig of geen nut voor T.T. en kweek.

              9) Kweek recessief opaal: geef regelmatig vitaminen A.  

 ENKELE STANDAARD GEGEVENS:

Om van elke vogel in de opaalreeks een standaard te geven is een heel karwei, daarom wil1 ik mij beperken tot de meest voorkomende vogels.

OPALEN IN DE ZWARTREEKS:

Door de aanwezigheid van de opaal en de blauwfactor krijgt de melanine, gezien vanaf de bovenzijde van de bevedering, een sterk verhinderde kleuruiting. Het diepe zwart in de zwartreeks gaat als gevolg van de opaalfactor een blauwgrijze kleur worden, van de bruin phaeomelanine is bijna niets meer te zien. (Poppen laten altijd een iets bruine waas zien.)

1) DE ZWART OPAALWIT.

Het uitzicht van de vogel is blauwgrijs, zeker op het rugdek. De blauwgrijze tint mag ook niet geelachtig doorschijnen. De bestreping op het rugdek mag niet overheersen, maar ook niet meer een vage indruk geven. Een maximaal pigment is wel vereist in vleugel - en staartpennen. Kleur van de borst, onderlichaam en flanken moeten gelijk zijn. Een minimale aanslag in de vleugelpennen.  Snavel, poten en nagels donker van kleur. (Niet diep zwart)  

VEEL VOORKOMENDE FOUTEN:

            - Tekening te fijn, en of te smal.

            - Tekening te zeer samengevloeid in de grondkleur.

. . . Tuin-huisje . . . Zooeasy . . . Quiko . . . Giantel . . . Bird shop . . . EdiaLux . . . J & J . . . Quiko . . . Easyyem . . . Heesakkers . . . Bird Suppply . . . Vogelvreugd . . . Elector . . . Houten kweekkooien . . . Vaesen . . . Comed . . . Kweekkooi.be . . . kaf o matic . . . Han Lucas . . .