Inloggen

. . . Tuin-huisje . . . Zooeasy . . . Quiko . . . Giantel . . . Bird shop . . . EdiaLux . . . J & J . . . Quiko . . . Easyyem . . . Heesakkers . . . Bird Suppply . . . Vogelvreugd . . . Elector . . . Houten kweekkooien . . . Vaesen . . . Comed . . . Kweekkooi.be . . . kaf o matic . . . Han Lucas . . .

Topografie van een vogel.



Rood mozaïek type 2


Topografie van een vogel.                            Wout van Gils


Hierover is in elk goed vogelboek wel iets te vinden. Ik wil hier alleen de belangrijkste dingen nog eens aanhalen die voor ons belangrijk zijn. Het meest kenmerkende van onze vogels is wel dat ze kunnen vliegen. Dat weten we natuurlijk al, maar aan dat vliegen (vliegsilhouet) zit vaak al een belangrijke herkenningsmogelijkheid (vleugelhouding + tekening) van de vogel. Dit loopt vanzelfsprekend sterk uiteen en komt ook overeen met de vorm van de vleugels, bv. snelle goede vliegers hebben smalle en lange vleugels (gierzwaluw, valken, sterns enz.). Het lichaam is over het algemeen slank, waardoor minder weerstand geboden wordt aan de lucht. Het tegengestelde zijn bv. de hoenderachtige. Zij leven voornamelijk op de grond. Ze hebben in verhouding korte en brede vleugels, terwijl hun lichaam gedrongen is. Ze zijn dan ook op enkele uitzonderingen na (patrijzen) slechte vliegers. Ze vliegen wel plots en snel op, maar leggen daar tegenover weer korte afstanden af. Zo zal ieder soort zich zelf aanpassen zoals al eerder geschreven over de evolutie van de vogel. Enkele voorbeelden:

- De torenvalk heeft zelf het bidden in de lucht eigen.
- Ooievaars en reigers, vliegen met gestrekte nek.
- Reigers vliegen dan weer met een S-vormige hals.
- De gierzwaluw kan zelfs vanaf de grond niet meer omhoog vliegen.
- De golvende vlucht van de spechten.

Nogmaals, alle families hebben hun eigen karakteristieke kenmerken, die zeker elke ervaren vogel-liefhebber zal opvallen en zal herkennen. Door deze eigenschappen goed te observeren en bij jezelf vast te leggen zal dit zeer zeker een bijdrage zijn tot een nog snellere herkenning van diverse vogelsoorten.

 

DE VEREN.

Dit is een zeer belangrijk iets voor de vogel, want zoals iedereen wel zal moeten weten, besteed de vogel zeer veel tijd aan de verzorging van zijn veren. De voornaamste functies der veren zijn:

- vliegen.
- camouflage.
- het vasthouden van de warmte.
- het afstoten van water.
- het uiterlijk vertoon.

De veren kunnen we als volgt onderverdelen (zie tekening):

 

1) grote slagpennen

veer

2) kleine slagpennen

3) vleugel dekveren

4) grote vleugel dekveren

5) duimvleugel

6) middelste vleugel dekveren

7) kleinste vleugel dekveren

8) versmalde buitenvlag

9) schacht

10) buitenvlag

11) binnenvlag

12) losse donshaartjes

13) spoel

14) baard

15) baardjes (haakjes)

16) donsveertjes

 

De veren van een vogel groeien steeds op een bepaalde plaats, de veervelden. De plekken die niet met veren zijn begroeid liggen in stroken, omdat deze overdekt zijn met CONTOURVEERTJES en zal men deze op het eerste zicht niet zien. Deze contourveertjes geven aan de vogel zijn kenmerkende vormen. Hiertoe horen uiteraard ook de vleugel en staartpennen. Deze veren hebben een lange, vaste en tegelijk een elastische schacht waarvan weer aan beide zijden de BINNEN EN BUITENVLAG zijn bevestigd. Deze zijn samengesteld uit zogenaamde BAARDEN, welke dan weer op hun beurt aan beide zijden van BAARDJES voorzien. Deze baardjes hebben kleine uitsteekseltjes die HAAKJES genoemd worden. Het deel van de veer wat in de huid zit noemt men de spoel.

Onder de contourveertjes dragen de vogels zachte donsveertjes, die weer met een korte zachte spoel in het lichaam bevestigd zijn, echter wel zonder schacht en zonder haakjes. Bij veel soorten speelt de dons een erg grote rol. (eenden - uilen). Een andere veel voorkomende veertype bij de vogel is de z.g. haarveer. Dit is een dunne haarachtige veer met een penseelachtige punt. Dit zijn eigenlijk normale contourveertjes maar dan in een andere vorm. Deze veer (tjes) komen vaak voor rondom de snavel en soms bij de neusgaten en ogen. Ze dienen meestal als tastorganen bv. bij het vangen van een prooi. Elke vogel houdt zijn gevederte in conditie met zijn snavel (de veer wordt in de bek genomen en glad gestreken). De vogel vet eerst zijn snavel in aan een klier, deze bevindt zich net boven de staart daarom ook wel staartwortelklier genoemd (glandula-uropygië), en verdelen dit vet over de veren. Dit zorgt voor een goede glans en is waterafstotend, bv. bij de eendensoorten. Dit wordt diverse malen per dag gedaan. Ook het baden moet geregeld gebeuren en dit om uitdrogen der veren te voorkomen. De kopveren worden ingevet door het strijken van de kop over de rugdekveren. Neem het voorbeeld maar van jonge eendjes. Hun klier werkt nog niet, maar de jongen kruipen regelmatig tussen de veren van de moeder om zo hun dons in te vetten en waterafstotend te maken. Zelf zullen ze hieraan al aan meewerken door ook de snavelbeweging te maken over de veren van de ouders en uit to smeren over hun eigen dons.(aangeboren eigenschap)

 

DE RUI.
In de zogenaamde kleine en grote rui worden alle veren vervangen door nieuwe. De oude versleten veren worden vervangen door nieuwe. Bij jonge vogels meestal alleen de donsveertjes. Bij de meeste vogels, zoals bij zangvogels, duiven- en hoenderachtige, stootvogels en uilen worden vleugel- en staartpennen geleidelijk aan verwisseld, hierdoor behouden ze hun vliegwaardigheid om aan hun voedselbehoefte te voorzien. Weer andere vogels wisselen vleugel- en staartpennen ineens en kunnen dan ± 4 à 6 weken niet vliegen. Tijdens deze periode lijden ze dan ook een wat verborgen bestaan zoals in rietmoerassen, waar ze zo al zwemmend hun voedsel kunnen zoeken (eenden en ganzen). Ieder soort heeft zo zijn eigen ruimethode om zeer zeker hun bestaan te verzekeren. Als de veren zijn vernieuwd maken ze zich klaar voor de grote trek, of als ze hier blijven is hun verenpak bestand tegen de komende winter.(regen, kou, hagel, sneeuw).

  1. Bij vele soorten vogels hebben het mannetje en het vrouwtje het hele jaar door dezelfde kleur, zoals loofzangers, boomkruipers, mezen, kraaien, eksters enz.
  2. Bij weer andere soorten is er een zeer groot verschil waar te nemen. Veren verschillen totaal van kleur zoals bij de vink, goudvink, klauwier, huismus enz.
  3. Ook is er nog een bepaalde kleurafwijking in de paarperiode, men noemt dit "geslachts- dimorfisme" bij spreeuwen, kneu, franjepoot enz.
  4. Ook zijn er soorten die tweemaal per jaar ruien o.a; de eend, kemphanen, kokmeeuwen, futen, reigers.

U zult het nu wel met me eens zijn waarom het zo belangrijk is dat de vogel zoveel aandacht besteedt aan zijn verenkleed, want zij hebben het jaar in jaar uit nodig voor hun voortbeweging, voortplanting, bescherming! Kortom, het is zeer belangrijk in een vogelleven.

 

DE HOORNDELEN DER VOGELS.
Ook dit zijn belangrijke onderdelen en gegevens over de vogels. Een van deze lichaamsdelen is de snavel. Ook, en men blijft er steeds op terugkomen, is deze ontstaan naar de leefgewoonte en het biotoop van de vogels. De SNAVEL is met een sterke hoornlaag bedekt en is vaak aangepast aan de wijze van voedsel zoeken. Om dit te verduidelijken zal ik dit aantonen met enkele voorbeelden.

  1. DE GRASMUSSEN.
    Dunne en spitse snavel, bijzonder geschikt voor het vangen van kleine insecten en larven.
  2. DE MEZEN.
    Korte krachtige snavel om de zaden te pikken in de winter.
  3. DE BOOMKRUIPERS.
    Is lang en gerekt en naar beneden gebogen om insecteneitjes en larven uit de spleten in de boomschorsen te halen.
  4. EENDEN EN ANDERE WATERVOGELS.
    Zowel de onder als de bovenkant is voorzien van een soort ribbels die zij gebruiken voor het zoeken naar voedsel. Zij zwemmen met hun snavel in het water en bewegen hun tong op en neer in de bek en zuigen zo het water met de schaaldiertjes, insecten, wormpjes en planten naar binnen. De tong haalt er al het eetbaars uit en de rest vloeit aan de andere kant weer naar buiten.
  5. SNIPPEN.
    Deze snavel is zeer goed ontwikkeld voor het zoeken naar voedsel. De snavelpunt van deze vogel is van zeer gevoelige tastlichaampjes voorzien, zodat de vogel, als hij zijn snavel diep in de modder steekt, zijn voedsel op de tast kan vinden. Hij kan daarbij zelfs zijn snavel in de modder openen en zo zijn prooi gemakkelijk pakken. Als men zo bij elke vogelsoort of familie even stilstaat en nadenkt, komt men zeer zeker tot de overtuiging waarom een bepaalde zo een vorm van bek heeft.

 

ENKELE BIJZONDERHEDEN.

  1. Een opmerkelijk verschijnsel is nog waar te nemen bij sommige vogelsoorten, die in de broedtijd een kleurvlek krijgen op de onderzijde van hun snavel, waartegen de jongen dan pikken om voedsel te vragen.
  2. Een afwijkende kleur van de snavel komt ook voor, zoals ik al eerder schreef, in de broedperiode bij de merel, spreeuw, distelvink e.a. Na deze periode verliest de snavel zijn kleurvlek en is dan weer normaal gekleurd.

 

DE POTEN.
Het lijkt eentonig, maar we kunnen er niet onderuit, de poten van de vogel zijn ook overeenkomstig hun levenswijze gevormd. Ik zal dit ook aanhalen met enkele voorbeelden:

  1. NACHTZWALUWEN.
    Heeft heel korte poten (komen ook bijna nooit op de grond) en kunnen de takken daardoor ook niet omklemmen, daarom zitten ze gewoonlijk overlangs op wat dikkere takken.
  2. VALKEN EN ANDERE ROOFVOGELS.
    Hebben krachtige poten en zeer lange nagels, scherp en gebogen, om hun prooi goed te kunnen pakken en vasthouden.
  3. SPECHTEN.
    Deze hebben twee tenen naar voren en twee naar achteren om zich goed aan de boomstam vast te kunnen houden. Als hulpmiddel gebruiken zij hun staart als steun.
  4. STELTLOPERS.
    Die hebben over het algemeen lange poten. Bij een aantal soorten zijn de tenen vrijstaand. Bij een ondersoort zijn deze voorzien van een kleine zwemhuid. Weer andere soorten hebben complete zwemvliezen, dit alles om hun leven langs oever, meren, moerassen e.d. te vergemakkelijken.
  5. ZEEDUIKERS.
    Hebben zich helemaal aangepast aan het leven op zee. Zij zoeken alleen tijdens de broedperiode het vasteland op. Hier kunnen zij zich slecht voortbewegen, het is meer een soort kruipen, want hun tot roeispaan omgevormde poten zijn geheel aan het einde van het lichaam bevestigd en zijn voorzien van zwemvliezen, die de drie tenen met elkaar verbinden.

Bent u het nu stilaan met me eens dat de vogelwereld een van de boeiendste onderdeel van de natuur en milieu genoemd mag worden?

 

In het bijgaand plaatje is de topografie aangegeven van de buitenzijde van een vogellichaam.

 

vogel

a) Bovensnavel.
b) Voorhoofd.
c) Kruin.
d) Wang.
e) Nek.
f) Rug (voor).
g) Schouder.
h) Rug (achter).
i) Armpennen.
j) Handpennen.
k) Stuit.
l) Onderstaart dekveren.
m) Bovenstaart dekveren.
n) Staartpennen.
o) Onderstaart.
p) Achterteen.

q) Buiten teen.
r) Midden teen.
s) Binnenteen.
t) Loopbeen middenvoet.
u) Hiel.
v) Scheen met broek. w) Buik.
x) Flank.
y) Grote vleugel dekveren.
z) Borst.
1) Kleine vleugel dekveren.
2) Pols (vleugelbocht).
3) Hals.
4) Keel.
5) Kin.
6) Ondersnavel.

. . . Tuin-huisje . . . Zooeasy . . . Quiko . . . Giantel . . . Bird shop . . . EdiaLux . . . J & J . . . Quiko . . . Easyyem . . . Heesakkers . . . Bird Suppply . . . Vogelvreugd . . . Elector . . . Houten kweekkooien . . . Vaesen . . . Comed . . . Kweekkooi.be . . . kaf o matic . . . Han Lucas . . .