Inloggen

. . . Tuin-huisje . . . Zooeasy . . . Quiko . . . Giantel . . . Bird shop . . . EdiaLux . . . J & J . . . Quiko . . . Easyyem . . . Heesakkers . . . Bird Suppply . . . Vogelvreugd . . . Elector . . . Houten kweekkooien . . . Vaesen . . . Comed . . . Kweekkooi.be . . . kaf o matic . . . Han Lucas . . .

Kleurkanarie als show vogel.

                             Kanarie als showvogel....africhten een must !  ( Frans Begijn )

                      Ervaringskrabbels ten behoeve van beginnende liefhebbers en aanverwanten

                      (Ingezonden   )                                                  geelmozaiek koppel   

             


 Inleiding  :Onderstaande overwegingen plaatste ik op verzoek eerder (08’03) op een Internet-ontmoetingsplaats voor kanarieliefhebbers (NL) waarvan V.v.N.K.collega Maëstro Rob Kristel korte tijd redactielid was. Dit artikel verscheen vorig jaar eveneens in het verenigingsperiodiekje van de Lustige Vogelvrienden te Vilvoorde (B) die waarvan grootmeester kleurkanariefilosoof bij uitstek ons aller Bruno Van Gompel bestuurslid is. Op vraag van Dhr.Eddy Vaes naar copy voor de V.v.N.K.-omzendbrief zie ik nu de mogelijkheid e.e.a. in aangepaste vorm mijn V.v.N.K.collega’s er eveneens deelgenoot van te maken. Niet dat deze publicatie zal getuigen van een hoog gehalte aan uiterst boeiende informatie, doch eerder enkele basiselementen of wetenswaardigheden kan bevatten die misschien in de praktijk nog al eens over het hoofd kunnen worden gezien doch van elementair belang zijn om showvogels naar behoren te kunnen ‘brengen’, iets wat op zichzélf veelal een Kunst is. Op verantwoorde wijze omgaan met showvogels in aanloop naar T.T.’s hoeft in feite geen betoog. Ervaren liefhebbers kennen het klappen van de zweep en zitten veelal gedurende lange tijd vastgeankert aan een eigen routine waarbij men zich als tentoonsteller goed voelt, gewoon houden zo. Voor deze doorwinterde liefhebbers zal hier dan ook weinig nieuws te rapen zijn. Jonge, aankomende of minder ervaren liefhebbers beschikken echter nog niet over de bagage om op een verantwoorde manier om te gaan met potentiële showexemplaren rondom T.T’s, daarom m’n besluit tot deze beknopte bijdrage:  

Met m’n schat op schoot :       

Met een zelf-ineengeknutselde loper op schoot met daarin m’n eerste eigen kleurvogels toog ik als  ertienjarige zo fier als een pauw met de lijnbus naar het T.T.lokaal zo’n dertig kilometer verderop in de regio. Een uurtje tevoren had ik ze nog uitgevangen en wanneer ik af en toe voorzichtig het deksel van de loper optilde om me ervan te vergewissen of ze nog genoeg ‘lucht’ hadden, zag ik dat er enkele angstig naar omhoog keken onzeker voor wat er hen te wachten stond.. Indien de bus na een kilometer of vijf pech zou hebben gekregen had ik de vogels te voet verder weggebracht, zeker weten. Dat nog liever dan onverichter zake naar huis te zijn teruggekeerd. Voor zover het geheugen me effekes niet in de steeek laat verdiende het hoogst gewaardeerd exemplaar van mij zelfs 85 punten, maar het kan evengoed ook een puntje meer geweest zijn.. Voor mijn doen niet slecht vond ik toen, temeer het schoolrapport van even tevoren ook in die richting wees en ik daarmee thuis met enthousiast applaus was verwelkomt.......Geen enkele tastbare vorm van waardering was voor dergelijke prestatie van mijn kroonjuweel echter weggelegd, iets wat ik toen wel jammer vond. Het vogeltje kreeg dus niet één prijs niettegenstaande het de hele tijd z’n hardstikke best zat te doen. Hij (of zij) bleek zelfs bont zo vertelde men mij later, al was het maar een beetje, maar dat bleek een doodzonde te zijn die het zou gepleegd hebben. Als het dan toch maar een béétje bont was zo concludeerde ik, zal het wel niet zo erg geweest zijn. Totaal géén bont, slechts een béétje bont of kakelbont maakte voor mij toen in feite niet veel uit, ik had er in stilte enkele voor mezelf wel honderd punten willen geven bont inbegrepen, want dat hadden ze mijns inziens wel verdiend. In werkelijkheid bleek het echter geheel anders te werken.   Het showen en (laten) beoordelen van kleurvogels maakte toen wel iets los in mij. Jong geleerd is oud gedaan, het showen en bezig zijn met kleurvogels loopt dan ook van jongsafaan als een rode draad verder door m’n bestaan.

 Uiteraard niet élke kleurkanarie verdient het predikaat ‘showvogel’.
Niet elke kleurkanarie beantwoord aan de standaardeisen opgesteld door een Technische Commissie van om het even welk erkende Bond voor vogelliefhebbers. Veel gekweekte exemplaren vallen systematisch af door hun toevallige genetische geaardheid die niet strookt met hetgeen men op het uiterlijk beoogt waarbij men dan weer een ander (beter) type eindproduct de voorkeur geeft. Deels overgeleverd aan moeder natuur doch ook mede bewust gestuurd door de stielkennis van de kweker als deskundige op het terrein van de kleurkanarieliefhebberij dient men daar waar mogelijk negatieve factoren uit te sluiten in het streven naar het quasi onbereikbare. Ervaring en intelligent kwekersinzicht zullen mede van een niet te onderschatten belang blijken te zijn om een topprestatie neer te kunnen zetten een vogel zoveel mogelijk aan de standaard te doen beantwoorden. Een niet onbelangrijk chapiter hieruit is de omgang met showvogels voorafgaande aan het tentoonstellingsseizoen. Niets aan het toeval overlatend gaan we dus aan de slag zo rond eind augustus begin september met de door ons uitgezochte T.T.exemplaren. We zullen onze aartsrivalen binnen enkele weken eens een deftig poepje laten ruiken wat heet, het liefst mag het zelfs een windhoosje zijn waar hun neus van uitdeint zoals deze van Pinokkio.

 Even vooraf..... de ‘Speelweide’ :      

Tussendoor wil ik het toch even over enkele Musts van de indoor-accomodatie hebben waar de vogels minimaal over dienen te beschikken Drie belangrijke voorwaarden: zorg voor voldoende ventilatie (zuurstof), het hok dient zowel vochtvrij als vrij van tocht te zijn. Een droog hok is het meest ideale om kleurkanaries te huisvesten, een zolder bijvoorbeeld voldoet daar in veel gevallen zeer goed aan. Slechts een matige verlichting van het hok na de kweekperiode is zeer geschikt voor veel kleurvariaties. Een verduisterde vogelruimte helpt de vogels ook sneller door de hormonale rui. De volières of babykooien (speelweides) waar de pubers in verblijven zijn best maar aangepast naar behoeften om ze te laten stoeien, té weinig liefhebbers schenken daar voldoende aandacht aan. Overbevolking mijden ! Vooral jonge mannen durven in die periode elkaar de duvel aan doen om in de vliegruimte een zekere hiërargie ( hun plaats in de groep) te bewerkstelligen waar elk individu de natuurlijke eigenschap heeft een zo’n hoog mogelijke status te verwerven. Maar er is meer, ook jonge poppen deinzen er niet voor terug hun slag te slaan als ze hun kans schoon zien. Het zijn uiteindelijk telkens weer dezelfde individuen die een ravage aanrichten.   Ze krijgen van mij op zo’n moment de meest kwetsende benamingen door middel van van een scheldtirade toebedeeld en trek dan ook danig gefrustreerd alle registers open. Dergelijk vervelende exemplaren mag ik dan ook graag ‘zakken ! ’ noemen, waarbij ze zelf dan mogen kiezen uit het assortiment v-tzakken, r-tzakken en in een extreem geval soms zelfs kl-- tzakken (sorry voor de woordkeuze), U mag de klinkers e of o zélf invullen daar waar U dit nodig acht. Niet enkel en alleen pastellen hebben een handje van weg, maar ook tussen vogels in de klassieke kleuren blijken er elk jaar exemplaren te zitten die graag het vampiertje uithangen. Veelal ten koste van slagpennen, vleugelpennen en vleugeldekveertjes van medebewoners gaan de slopers genadeloos te keer en richten op een mum van tijd een janboel aan onder het met veel zorg gekweekt bestand. Het bloed spettert daarbij tot tegen de wanden en het plafond van de kooien waarin ze verblijven. Sommige individuen zijn er op den duur mee behept en kunnen niet weerstaan aan de drang om hun jonge kooigenoten voortdurend te achtervolgen en het leven zuur te maken. Dit moeten we natuurlijk absoluut niet hebben en zou op die wijze vroegtijdig vermeende T.T.exemplaren definitief kunnen elimineren voor de naderende shows. Speeltjes zoals b.v. bundels rafeltouw, pijltjes trosgierst of het harde knackebröd verstrekken kunnen een positieve bijdrage leveren en de kannibalen misschien op andere gedachten helpen, ze hebben er hun snavel en poten in elk geval vol aan. Men kan het zo gek niet bedenken, maar wanneer de vogels op bodemroosters verblijven kan een ping-pongballetje of een rollend cilindervormig kartonnetje van een wc-rol nogal eens voor het nodige vertier of afleiding zorgen zonder al te veel met ontlasting besmeurd te geraken. Van zodra ze aan deze vreemde objecten gewend zijn zeulen ze er spelenderwijs voortdurend de hele draadvloer mee af alsof hun leven er vanaf hangt. Intussen de stille hoop als verzorger koesterend dat ze elkaar toch maar alstublieft met rust willen laten.  

Ik wil de grootste hebben :

Met de standaardeisen als ‘rode boekje’ onder de arm kiezen de liefhebbers elke nazomer hun exemplaren die enkele maanden tevoren gekweekt werden om er de uitdaging met collega’s tijdens diverse in ’t verschiet liggende ontmoetingen in den lande mee aan te gaan. Cruciale vraag voor hen, welke exemplaren en met wie als eigenaar zullen tijdens diverse uit te schrijven kampioenschappen het meest die standaardeisen gaan benaderen. De absolute winnaar zal zich de titel van KAMPIOEN mogen toe-eigenen.   Veelal suspens alom bij de liefhebbers, bij wie de zenuwen door hun keel gieren met de kracht van een stevige noordwesterstorm. De sportieve rivaliteit loopt soms hoog op waarbij de kennis van de materie als liefhebber elk T.T.seizoen opnieuw kritisch zal worden afgewogen door collega’s en men al dan niet als een soort van ‘spirituele meesterkenner’ voor de toekomst zal worden ingeschat. Kampioen worden is ook niet niks natuurlijk, want als men kampioen blijkt te zijn dan ben je pas écht iemand. Men acht zich als kampioen warempel zelfs even het middelpunt van z’n eigen universum, voor héél even toch. Edoch : men zou eenvoudig kunnen stellen dat het succes van een kampioen simpel staat bij inschrijving van een groot aantal tentoonstellingsvogels van een acceptabele, matige, tot gemiddelde kwaliteit. Blijven deze laatsten weg dan hebben kampioenen brute pech.   Alles zomaar doodrelativeren lijkt me geen gezonde instelling, dus streven naar het allerhoogste is ook zeker in de kleurkanariesport opportuun voor eenieder die de liefhebberij een warm hart toedraagt. De kampioen mag dus best de ‘grote muftie’ zijn tot spijt van wie hem of haar benijd. Hij is de allergrootste op dat moment en geniet daar maar best mateloos van, want korte tijd later kan het resultaat geheel anders uitpakken. Het zalige inmense geluk zou dus mogelijk wel eens van korte duur kunnen zijn. Kennis van de erfelijke eigenschappen met betrekking tot de kleurkanaries is mede een onontbeerlijke must teneinde met enige kans op succes de vogels naar waarde te laten inschatten naar de veeleisende standaardeisen. Rekenen op een toevalstreffer van grote klasse kan steeds natuurlijk, maar brengt bij het opzetten van een gerichte stamboekfokkerij in de breedte geen zoden aan de dijk. Theoretisch en dit lijkt ook algemeen zo aangenomen, zou men bij elke tien gekweekte jongen zowaar één exemplaar kunnen vinden waarmee men met meer dan normale kans op succes goed uit de voeten kan tijdens belangrijke T.T.’s .Voorwaarde hierbij is wel dat de kweekkoppels met enige kennis van zaken door de liefhebber in kwestie bijeengebracht werden rekening houdend met verschillende factoren zoals o.m. vitaliteit, conditie, kleuruiting, melaninebezit, bevederingslengte, grootte, vorm, gedrag, stressbestendigheid en het rein en ongeschonden zijn.. Het ‘FingerSpitsengeful’ bij het samenbrengen van de respectievelijke partners zal mede bepalend zijn in het streven naar het beoogde eindresultaat.                                                                                                                                                                                                                         
Zo aan het eind van de zomer verhuizen de T.T.vogels van ruimere vluchten naar een kleinere behuizing, de meesten zijn dan zo’n vier a vijftal maanden oud en de rui loopt bij het merendeel definitief naar z’n eind, hier en daar op een uitzondering na. De vogels worden acht weken voor het inkooien van de éérste door mij geplande show in broedkooien (120 x 040 x 040) per sexe alsook per vier ondergebracht. Mannen bij de mannen en poppen bij de poppen, (jongens bij jongens en meisjes bij meisjes) dit steeds louter routinematig maar ook omdat kwajongens zich tegenover elkaar durven uitsloven. De testosteronhuishouding borrelt wel eens op in bijzijn van vrouwelijk schoon. Een tweetal weken wennen ze aan hun beperkte nieuwe levensruimte waarbij ze vrijwel bestendig zéér kritisch worden geobserveerd en ingeschat op vnl.gedragingen tegenover soortgenoten in diezelfde ruimte. Tweemaal per dag een rantsoentje kanariemengeling en als het effe kan tweemaal per dag ook vers drinkwater. Trosgierst om de vernielingsdrang in hun pubertijd binnen de perken te houden en als dessert een appeltje want ‘one apple a day keeps the doctor away’, weet U nog. Eénmaal in de week bio-appelciderazijn van Albert Heyn om het drinkwater op te zuren (moet van de Hollanders) tegen de megabacterie in maag en eventuele schimmels in bek en krop. Nimmer groenvoer, géén zachtvoer, krachtvoer, eivoer of gekiemd zaad meer vanaf het moment van opkooien om het funeste vet worden van de opgekooide vogels niet in de hand te werken ( geraken ze op den duur van aan de dunne galopkak, kanaries zijn in de allereerste plaats toch hardzaadeters ! ) Steeds maagkiezel en sepia beschikbaar. Darmconditioner binnen handbereik om onmiddellijk in te kunnen grijpen indien dit onverhoopt toch nodig mocht blijken. Na die eerste twee weken in hun nieuwe verblijf te hebben doorgebracht waaraan ze inmiddels flink gewend zijn geraakt, worden de vogels één voor één uitgevangen en in de hand genomen om ze met een arendsoog aan een keurinkje op voornamelijk staat van de bevedering te onderwerpen. Ringnummers worden genoteerd met eventueel bemerkingen erbij. Volgroeide gebroken staart of vleugelpennen worden er voorzichtig uitgehaald.De verwijderde gebroken pennen zijn na een zes a zevental weken opnieuw in volle glorie aanwezig, ofschoon een ietsepietsie langer (weliswaar met een kleurloos topje). Het aantal dagelijkse lichturen rond deze periode bedraagt ongeveer negen en de temperatuur zo rond de achttien a twintig graden tijdens de dag waarbij het ’s nachts mogelijk iets koeler zal zijn. De vogels worden nog eens gestript door ze op te blazen en verder voor de sprong in het diepe naar werkelijke T.T.waarde ingeschat. Aankomende vetteriken gezellig bij elkaar deze keer zodat pér kooi extra aandacht aan hun model kan worden geschonken. Doorhangende borst bij kleurkanaries zijn uit den boze, liposuctie brengt helaas geen soelaas, dus dan maar het model trachten te fatsoeneren door te rantsoeneren. Slechts één snoepbakje zaad per vogel per dag is hun karig deel voor de nabije toekomst, eigen schuld maar straks wég dikke bult.Na één week is er reeds enig resultaat merkbaar. Het niet of nauwelijks verstrekken van drinkwater zoals sommigen doen in dergelijke gevallen blijkt niet diervriendelijk. Zo vernam ik van een dierenarts dat deze handelswijze zelfs een vorm van dierenmishandeling zou zijn. Vers drinkwater blijft bij de dikkeriken wel degelijk ononderbroken beschikbaar. Deze maal dan ook geen nieuw dossier voor Gaia. Bestendig evalueren van het bestand vnl.op kwaliteit blijft voor de verzorger de komende periode absoluut de boodschap waarbij er geenszins plaats is voor sentimenten, de ratio voert daarbij maar best de bovenhand in ieders belang.
De vermeende T.T.exemplaren worden bestendig tegen het licht gehouden en sommigen zonodig weggestreept om wat voor onbenullige reden dan ook.Dat hakt er flink in, want na een drietal weken blijkt het bestand aan opgekooide exemplaren met éénderde te zijn gereduceerd. Jammer ?   Bij lange na niet, dit ritueel herhaalt zich elk seizoen opnieuw en het baasje voelt zich daar okidoki bij. Minder vogels in de T.T. kooien geeft hem minder werk en maakt tevens wat méér tijd en ruimte vrij voor exemplaren waar we vanaf nu definitief mee aan de slag gaan.

Bezigheidstherapie ...  

Het lijkt me niet echt nodig U hier een overdréven voorbereidingsprocedure voor te schotelen. Heel wat handelingen bij het verzorgen van T.T.vogels zijn vanzelfsprekend en gebeuren routinematig. Men slurpt z’n soep ook niet met een vork, de meesten gebruiken daar gewoon een lepel voor. Eerste twéé weken voor de allereerste speciaalclubshow zo rond begin oktober, worden de showvogels ondergebracht in T.T.kooien waar ze vanaf dat moment vier maanden en soms nog langer in zullen verblijven, beslist tot enkele weken na de seizoenafsluitende grote landelijke shows in januari. De T.T. kooien worden vooreerst éénmalig preventief behandeld tegen de vermaledijde bloedluis met het in water oplosbare océpou om mogelijke invasies van ongedierte preventief uit te sluiten. Vooral in de hoeken onder de handgrepen op het schuine gedeelte, alsook de onderkant van de kooitjes én de gaatjes waar de doorlopers van de spijlen van het front inpassen schuilt potentieel gevaar, vandaar met de kwast wat extra aandacht. Begin oktober : het praktische africhten van de showvogels kan nu eindelijk beginnen. Een periode breekt aan voor de verzorger van optimale concentratie, observatie en alsmaar opnieuw bekijken, beoordelen en conclusies trekken. Met veel liefde en geduld voor de vogels tracht men de exemplaren a.h.w. te kneden als volleerde showdieren om de grote uitdaging binnen enkele weken aan te kunnen gaan met kwaliteitsvogels van collega’s-vrienden. Er niet aflatend aandachtig en voortdurend mee bezig zijn geeft de vogels steeds meer vertrouwen waarbij ze zich van hun beste zijde zullen laten zien.Houding aanleren door de T.T. kooi veelvuldig vast te nemen waardoor ze minder maar uiteindelijk in het geheel niet meer aan de spijlen zullen hangen is iets dat men kan afdwingen door er voortdurend mee ‘aan de gang’ te zijn. Het regelmatig van T.T.kooi naar T.T.kooi laten overspringen maakt daar eveneens deel van uit. In het begin op hun hoede alsook met enig wantrouwen maar al gauw vrij fluks zoeken ze bereidwillig de verhuizing op die om de andere dag resulteert in een lauwe beneveling met een vaporisateur (bloemenspuit is ook goed). Trainings-T.T.kooien werden zo’n tweetal centimeter boven de kooibodem voorzien van een liggende bedrading om eventuele bevuiling van zitstokken, pootjes en bevedering te voorkomen. T.T.kooien worden inside minstens één keer per week schoongemaakt en van vers schoon schelpenzand of gemalen oesterschelpen voorzien. T.T.kooien dienen overigens kraakhelder en schoon te zijn wat de vogel uiteraard steeds ten goede komt en deze de gelegenheid geeft optima forma voor de dag te blijven komen. Schoon materiaal werkt ten allen tijde eveneens voor de verzorger veel aangenamer en zo blijft het een plezier om steeds maar weer met de liefhebberij bezig te kunnen zijn. De T.T.kooien met beleid oppakken, verplaatsen, links, rechts, boven en onderaan de stelling leert de vogels omgaan met handelingen die voor hen vreemd waren en leert hen hun angstgrens te verleggen. Wie weet wat staat hen straks te wachten wanneer ze tijdens een of andere keurdag van hot naar haar geslingerd worden. Met training en gezond verstand voorkomt men veel narigheid en kunnen ze uiteindelijk toch nog heel wat hebben..

Het wassen, spoelen en drogen van vogels voor een T.T is nooit mijn dada geweest. Enkele schuchtere pogingen daartoe gingen in het verleden finaal de mist in. Wanneer ik de gespoelde verfomfraaide exemplaren bekeek stortte mijn wereld in, dergelijke ondernemingen waren aan mij dan ook niet besteed.Het zal wel aan ongeduld en een vorm van nervositeit van ’t baasje gelegen hebben. Collega-liefhebbers realiseren zo’n ingreep adekwaat in een mum van tijd op uiterst professionele wijze. Terloops noem ik onze bloedbroeders Roger Van Duyse & Jef Schoenmaeckers die zonder veel stress een vogelwasserette zouden kunnen uitbaten . Laatstgenoemde Vlaamse reus bleek zelfs enkele malen bereid een profi-demonstratie ten beste te geven tijdens periodieke bijeenkomsten in speciaalclubs. De knijper van de bloemenspuit bezorgt mij het laatste kwartaal van elk jaar meer polskramp dan het hanteren van scheerkwast en saté-oorwatjes, maar dat heb ik er dan ook wel voor over. Gepigmenteerde exemplaren blijken dankbare objecten. De dag van inkooien volgt het traditionele ritueel waarbij men vooral rustig de zaken op z’n beloop laat en er voor zorgt dat men zonder veel spanning aan het samenbrengen van de tentoon te stellen kooien met inhoud kan aanvangen.Men begint er bij voorkeur in alle rust op tijd aan opdat de vogels ongeschonden en in optimale conditie kunnen worden weggebracht naar de tentoonstellingsruimte. Opnieuw niets aan het toeval overlatend lopen we elk individu een laatste maal van top tot teen kritisch na. Hoorndelen moeten schoon zijn, bevedering dient glanzend, rein en ongeschonden te zijn kortom ze moeten er tot volle tevredenheid van eenieder meer dan puik uitzien. Veel meer kan men er niet aan doen, de rest moeten de respectabele specialisten ter plaatse de dag nadien maar uitzoeken en dan maar hopen dat alles goed verloopt met niet op de laatste plaats de conditie van de vogels die soms vijf a zes dagen, ja soms nog langer van huis zijn.
Wanneer ze na een relatief lange afwezigheid na de show worden afgehaald en ’s avonds na een lange reis thuis arriveren worden ze met de meest mogelijke zorg opgevangen. Gelegenheid wordt geboden nog wat voer op te nemen en voorzien van vers (niet al te koud) drinkwater dat op het late uur warempel door de vogels nog als badwater zou worden gebruikt ofschoon ze daar vanzelfsprekend geen gelegenheid meer voor krijgen. ( Tip tussendoor aangaande plakkerige kooi-etiketten : gebruik ‘stickeroplosser’ van HG om deze in één seconde te verwijderen ! )Grote temperatuurverschillen overbruggen van de tentoonstellingsruimte via de kofferbak van de auto over straat naar huis en dit alles op slechts luttele uren tijd is niet echt bevorderlijk voor de conditie van de vogels en kan hen opbreken voor later. We trachten ze nog iets te acclimatiseren aan hun vertrouwde verblijf waar ze de eerstkomende weken met graagte opnieuw zullen vertoeven. Thuis aangekomen : het zaakje observeren en blijvend alert zijn is de boodschap. Evenzo voor wat betreft het verschil in aantal lichturen bij het verkassen van de vogels tijdens winterdagen steeds aandachtig en nimmer onbezonnen te werk gaan. 

Epiloog :
Een aantal weken nadien en zo tot aan het eind van het seizoen herhaalt het ritueel zich in volle glorie tot vreugd en jolijt van alle betrokkenen. Een passioneel gebeuren is het, dat we met enorm veel plezier en enthousiasme elk jaar opnieuw ondergaan. Het is tegelijk een soort van sociaal-culturele onderneming elk seizoen opnieuw, het weerzien van kameraden, kanariologen van weleer. Men ontdekt nieuwe collega‘s om over de liefhebberij met al z’n ups en downs van gedachten te wisselen. Men leert zo ook met het kleine in het leven happy te zijn. Eerstdaags zal wellicht ook U tijdens een T.T. in het land weer opnieuw met volle teugen genieten van al dat moois dat niet alleen door Uzelf maar ook door uw collega’s afgelopen maanden werd gerealiseerd. Vergeet daarbij niet dat er achter elke creatie een liefhebber schuil gaat die met hart en ziel gewerkt heeft om er het beste van te maken door er veel energie en een groot deel vrije tijd in te steken om tot het voor hem of haar gewenste resultaat te willen komen. Heel dikwijls met heel veel succes zoals dan zal blijken, maar heel dikwijls ook met heel wat minder redenen om te juichen. Respect als liefhebbers voor elkaar maakt meer los dan men dikwijls kan bevroeden. Vriendschap hoeft wellicht niet altijd tot in de eeuwigheid te blijven duren want daar waar mensen zijn worden soms fouten gemaakt. Roem zal uiteindelijk zeer   vergankelijk blijken te zijn, tenslotte is een gouden medaille slechts van blik.

In de hoedanigheid van gematigd fervent T.T.deelnemer maakte ik gebruik van deze V.v.N.K. nieuwsbrief e.e.a. te verduidelijken.   Niet dat ik zonodig moest, doch eerder door de gelegenheid die mij opnieuw geboden werd om enkele ervaringen van het omgaan met showvogels zo juist voor het nieuwe T.T.seizoen spontaan met U te kunnen delen. Deels ’uit het leven gegrepen’ zou men het kunnen noemen. Zomaar, pretentieloos en gewoon in de veronderstelling verkerende dat het bij U als liefhebber wel ergens deugd zou kunnen doen indien U evenwel de tijd kon vinden en de moed kon opbrengen deze gekruide ervaringskrabbels te kauwen en vervolgens door te slikken. Ik hoop ook dat U van dit alles inmiddels niet tureluurs bent geworden, want ik had bij nazicht zo te zien meer te ‘vertellen’ dan aanvankelijk de bedoeling was. Niet ongevoelig voor adhesiebetuigingen in de vorm van een schouderklopje voor het publiceren van een ‘eigengereide’ tekst in de laatste paar V.v.N.K.nieuwsbrieven wil ik dan ook mijn ‘brothers in arms’ met name de heren Wilfried.Deyaert, Désiré Noël, Eddy Vaes, Raymond Stessens, Wout Van Gils, Aloïs van Mingeroet, Jac.Meesters, Achiel.Colpijn, Henri Peeters, Matthieu Van Branteghem, Gérard Verhaegen, Marc Van Den Breen, Rob Kristel, Guido Verswijvel, Rony Smet, Didiër Van Isterdael en last but not least Roger Van Duyse met deze hiervoor oprecht bedanken.Het was graag gedaan. Het volgende citaat van een groot denker wil ik U tenslotte niet onthouden en is wellicht van toepassing voor alle kleurkanarieliefhebbers met ambities van de meest uiteenlopende aard, van memorabele schuifelaars tot respectabele hardlopers : ’ Je moe zére rieje a je wil zére goan en je moe troage rieje a je wil troage goan’. ( Men dient hard te rijden om snel vooruit te willen gaan en men dient traag te rijden als het liever toch maar langzaam moet.) (of iets in die aard)   Elk dient voor zichzelf maar te bepalen op welk niveau en op welke manier men prefereert zijn liefhebberij te beoefenen, tenslotte is vrijheid blijheid en daar vaart alles en iedereen wel bij. Zullen we het dan hier maar op houden.                              

Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.">Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.           9190 Stekene september ’04.

. . . Tuin-huisje . . . Zooeasy . . . Quiko . . . Giantel . . . Bird shop . . . EdiaLux . . . J & J . . . Quiko . . . Easyyem . . . Heesakkers . . . Bird Suppply . . . Vogelvreugd . . . Elector . . . Houten kweekkooien . . . Vaesen . . . Comed . . . Kweekkooi.be . . . kaf o matic . . . Han Lucas . . .