Inloggen

. . . Tuin-huisje . . . Zooeasy . . . Quiko . . . Giantel . . . Bird shop . . . EdiaLux . . . J & J . . . Quiko . . . Easyyem . . . Heesakkers . . . Bird Suppply . . . Vogelvreugd . . . Elector . . . Houten kweekkooien . . . Vaesen . . . Comed . . . Kweekkooi.be . . . kaf o matic . . . Han Lucas . . .

Deel 8: Normen en factoren

 normen

 

NORMEN EN FACTOREN :                     Wout.van.Gils

Deze zijn vastgelegd door de Hr. TAYLOR en WAGNER, die de "nomenclatuur" voor het eerst gebruikten bij vogels. Veel later heeft o.a. de HR. VEERKAMP er gebruik van gemaakt.  

ALGEMENE REGELS.

Om wat inzicht te krijgen in de manier waarop gewerkt wordt is het nodig enkele regels te kennen.De belangrijkste zijn:

1)      De niet gemuteerde factor of wildvorm wordt aangeduid met het + (plus) teken.

2)      De dominante wildfactor wordt aangegeven met een kleine letter.

VOORBEELD: - De kleur zwart is een van de oorspronkelijke kleuren. We kunnen dus aannemen dat het de wildvorm is, die we meteen een + (plus) Bovendien is hij dominant over zijn mutatie (bruin), en wordt daarom geschreven met een kleine letter. Zwart kunnen we aangeven met een z+. De mutatie van de zwarte eumelanine, de bruine eumelanine wordt aangeduid met z.

3)      De recessieve wildfactor wordt aangegeven met een hoofdletter.

VOORBEELD: - De oorspronkelijke kanarie was niet intensief. Daaruit volgt dat niet intensief (de wildvorm) wordt aangegeven met een + en met een hoofdletter omdat de mutatie (de intensieffactor) dominant is. De niet intensieffactor I+ en de intensief I.

4)      De zo aangeduide dominantie of recessieviteit  heeft alleen betrekking op het over- eenkomstige gen op het ander chromosoom, het zogenaamde allomorfe gen.

             5)   De aanduiding van de geslachtschromosomen:                                                          

                                                           X             = man         X = pop

                                                           X                                Y                   

Het deelteken is om de zaadcel en de eicel uit elkaar te houden en bovendien om de gekoppelde factoren weer te geven. Bij een doorgetrokken deelteken zijn de factoren gekoppeld. Bij een onderbroken deelteken vererven de factoren vrij ten opzichte van elkaar.Dat zijn de hoofdlijnen  waar we ons aan te houden hebben. We moeten nu nog alleen bepalen welke letter voor een bepaalde factor gebruikt wordt en de zaak is rond. We hebben al gezien dat voor het chromosoom met aanleg voor man de X wordt gebruikt, voor de vrouwelijke aanleg de Y.

DE ANDERE FACTOREN WORDEN ALS VOLGT WEER GEGEVEN:

E         = Gemuteerde enzyme is vetstof.                                 E+       = Wildvorm pigment enzyme.                 z   = Bruin                                                                                  z+       = Zwart.                              

rb         = Opbleekfactor agaat of eerste reductiefactor.           rb+      = Wildvorm v/d opbleekfactor.

rz         = Pastelfactor of tweede reductiefactor.                       rz+       = Wildvorm van de pastelfactor.

sc         = De ivoorfactor of structuur carotenoïde.                   sc+      = Wildvorm van de ivoorfactor.

CB       = Dominant wit of carotenoïde beletter.                       CB+     = Wildvorm van dominant wit.

r           = Rood.                                                                          r+       = De wilvorm van rood.

G         = Dubbel geel.                                                               G+      = Geel.

cb        = Recessief wit of carotenoïde beletter.                        cb+     = De wildvorm van recessief wit.

I           = De intensieffactor.                                                      I+        = Niet intensief of de wildvorm.

se         = Opaalfactor of structuuropaal.                                  se+      = De wildvorm van opaal.

B         = Citroen of blauwfactor.                                               B+       = Wildvorm van de blauwfactor.

m         = De mozaïekfactor.                                                    m+       = De wildvorm van mozaïek.

eb        = Eumelanine beletter of inofactor.                              eb+      = De wildvorm van de inofactor.

pb        = Phaeo melanine beletter of satinetfactor.                 pb+      = Wildvorm van de satinetfactor.

Al deze factoren kunnen in principe in ÉÉN EN DEZELFDE VOGEL             WERKZAAM ZIJN.

E+   X . z+ . rb+ . rz+ . sc+ . m+ . pb+   CB+ . r+ . cb+. I+ . se+ . B+ . eb+

E                 x . z               . rb   . rz   . sc   . m   . pb      CB               . r               .             cb .             I   . se   . B               . eb

Dat zal zelden of nooit voorkomen, we schrijven in onze formules alleen die factoren die van belang zijn voor het uiterlijk en de vererving van de vogel. 

EEN ZWART GEEL INTENSIEF ZIET ER DAN ALS VOLGT UIT. 

E+               X   z+   G               I   = ZWART GEEL INTENSIEF

            E+      X               z                 G   I 

E+       Staat voor gepigmenteerd.

X         Staat voor man.

z+        Staat voor ongemuteerd zwart pigment.

G         Staat voor dubbel geel carotenoïde.

I           Staat voor intensief. 

Ik dacht nu zo wel aan het einde te zijn aangaande de erfelijkheid in vogelvlucht. Ik wil toch, om u even alles eenvoudiger te laten herhalen, een artikel laten lezen wat ik ooit gekregen heb op mijn cursus "Keurmeester" en wat in mijn eigen woorden zeer verhelderend werkt. Ik wil u dit niet onthouden.  

ERFELIJKHEIDSLEER IN DE PRAKTIJK. 

Ieder nieuw leven ontstaat door een combinatie van een eicel van de vrouw en een zaadcel van de man. Deze eicel en zaadcel noemt men "VOORTPLANTINGSCELLEN".

EICEL           = VAN DE VROUW     voortplantingscellen of gameten of genaden.

ZAADCEL     = VAN DE MAN 

In sommige boeken vindt men ook "gameten" of "genaden", welke synoniemen zijn voor de voortplantingscellen.

In elke voortplantingscel bevinden zich een bepaald aantal draadvormige cellichaampjes (spiralen). Deze cellichaampjes zorgen voor de voortplanting van de erfelijke eigenschappen. Deze sterk gekleurde lichaampjes noemt men "CHROMOSOMEN". Zie fig.1 Chromosomen komt van het Griekse woord "CHROMO'S" (beeld – SOMMA (lichaam) wat betekent: - beeld van het lichaam, overdragers van het beeld van het lichaam. De chromosomen komen steeds in paren voor. Bij de mens heeft iedere heeft iedere cel 46 chromosomen. Bij de grasparkiet zijn er dat 26, de kleurkanarie 18, en bij de zebravink tussen 22 en 26.Aangezien de chromosomen steeds in paren voorkomen betekent dit, dat bij de mens er 23 paar chromosomen aanwezig zijn, waaronder er 1 paar chromosomen instaat               voor de bepaling van het geslacht. Dit paar noemt men de "GESLACHTSCHOMOSOMEN".  

    
   


 Bij de mensen en de zoogdieren wordt dit paar als volgt samengesteld:

                                   - voor een vrouwelijk wezen : x x

                                   - voor een mannelijk wezen  : x y

Bij de vogels is dit juist het omgekeerde:             MAN       : x x

                                                                                POP     : x y

De 22 andere paren chromosomen noemt men de "AUTOSOMEN".

Vroeger beweerde men dat de cellen van de mens 48 chromosomen telden, maar wetenschappers hebben vastgesteld dat de mens er 46 heeft (23 paren). Op hun beurt bevinden er zich op deze chromosomen de GENEN (Fig.2). Ieder gen is een eigenschap of gedeeltelijk beeld van het wezen.De chromosomen zijn dus de dragers van de genen. Als nu de zaadcel en de eicel zich verenigd hebben tot een nieuwe bevruchte eicel, noemt men deze zogenaamde bevruchte eicel, de "kiemcel"Maar vooraleer de zaadcel en de eicel zich verenigen wordt het aantal chromosomen in ieder van deze cellen vooraf gereduceerd en tot 50% (de helft) teruggebracht. Wat betekent dat de kiemcel opnieuw het volledige aantal chromosomen bezit, bijvoorbeeld:

            Bij de mensen            :           Zaadcel :    46 chromosomen, - na reductie 23

                                                           Eicel      :    46 chromosomen, - na reductie  23

                                                                                                 Samen                         46 chromosomen.

De kiemcel is ook de allereerste cel van ieder nieuw lichaam, hetzij bij de mens, dier of plant Ze worden dan ook wel eens de eerste lichaamscel genoemd. Deze kiemcel (eerste lichaamscel) gaat zich op een bepaald ogenblik splitsen  in twee lichaamscellen. Voordat deze splitsing gebeurde deed zich echter ook een splitsing voor van alle aanwezige chromosomen in de kiemcel (fig. 3 + 4).In iedere nieuwe lichaamscel is hetzelfde aantal chromosomen aanwezig als in de eerste lichaamscel (KIEMCEL). De 2 nieuw gevormde lichaamscellen gaan zich nadien ook splitsen zoals de voorgaande en gaan   4 lichaamscellen vormen. Deze 4 gaan zich eveneens splitsen en vormen er 8, enz. Deze almaar door ontdubbelling van de lichaamscellen betekent de groei van het levend wezen. Wanneer alle lichaamsdelen volledig gevormd zijn, gaan deze cellen zich groeperen onder verschillende aspecten, die dan de schors, het loof, het hout, de vruchten, enz bij onze planten.Bij mens en dier groeperen de cellen zich ook onder andere verschillende aspecten en vormen, zoals de huid, het haar, de spieren, het bloed, de beenderen enz. 

Opmerkingen.

Zoals mijn uiteenzetting al aangeeft in Vogelvlucht, wil ik bij dit hoofdstuk toch nog iets aanhalen, wat de ervaren kweker natuurlijk allang was opgevallen. Ik wil deze punten toch nog even ophalen. Ook later in deze uiteenzetting, bij het hoofdstuk begrippen, komen ze nogmaals naar voren, maar hier zullen ze zeer zeker even moeten vermeld worden.

A)    HOMOZYGOOT             = FOKZUIVER

B)     HETEROZYGOOT          = FOK ONZUIVER

C)    LETHAALFACTOR        = DODELIJK (bv. 100% intensief             x 100% intensief)

D)    DOMINANT                    = OVERHEERSEND

E)     RECESSIEF                  = TERUGTREDEND

F)     INTERMEDIAIR              = MIDENHOUDEND

G)    FACTOR                        = EIGENSCHAPPEN DIE WE TERUGVINDEN (gen)

H)    CROSSING OVER          = SCHEURING en OVERKRUISEN van CHROMOSOMEN

I)       GESLACHTSGEBONDEN VERERVING.

J)       NIET GESLACHTSGEBONDEN VERERVING.

K)    Een pop kan nooit verervend of split zijn, of voor een eigenschap die gebonden is aan het geslacht. De man kan dit echter wel zijn.

Dit zijn enkele begrippen die de ervaren kweker meer zal tegenkomen en gebruiken, maar toch ook zeer voornaam zijn voor de gewone liefhebber, die beslist al deze begrippen eens moet opzoeken en bestuderen. Er zijn hiervoor een groot aantal boeken te verkrijgen. Ik ga er hier dus niet verder op in omdat zoals al in het begin vermeld heb, het geheel eenvoudig en begrijpelijk te willen houden.

E-mail adres Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.

 

. . . Tuin-huisje . . . Zooeasy . . . Quiko . . . Giantel . . . Bird shop . . . EdiaLux . . . J & J . . . Quiko . . . Easyyem . . . Heesakkers . . . Bird Suppply . . . Vogelvreugd . . . Elector . . . Houten kweekkooien . . . Vaesen . . . Comed . . . Kweekkooi.be . . . kaf o matic . . . Han Lucas . . .